Buurt BBQ en vegetariers met een midlife crisis

Buurt BBQ’s en vegetariërs met een midlifecrisis 

Eet je helemaal geen vlees meer?’ Is de slager overleden?’. ‘Misschien zit je in een midlifecrisis…..?’

Vegetariërs met een midlifecrisis

Een klein beetje ongemakkelijk bij deze plotselinge aandacht, begin ik wat onzeker te lachen. Ik doe een poging om het ‘vegetarische gedeelte’ te nuanceren, maar het is tevergeefs. Ik doe mijn best om het gesprek op een ander onderwerp te gooien. Dit pakt erg ongecontroleerd uit, dus val ik direct door de mand. Het gesprek gaat een steeds vreemdere vorm aannemen voor een zakelijk aangelegenheid. Zo worden mij ongegeneerd de herkenningspunten van een vrouw in de midlifecrisis bijgepraat: ze nemen een beugel, vallen heel veel af en gaan vervolgens bij hun vent weg. Hallo! Ik eet alleen wat minder vlees…. oké en ik wil een ander bankstel. Maar ik ben ik nog lang geen 40 en ik wil ook niet van mijn vent af. Voordat we serieus verder gaan met de broodkeuring is iedereen het er na een blik van verstandhouding over eens dat ‘nog lang niet’ in mijn geval, een vrij relatief begrip is. Maar niemand durft meer iets te zeggen. Ik sta nu eenmaal bekend als de BB. Onder druk heb ik iemand een keer laten bekennen dat die letters staan voor ‘bedrijfsbitch’. 😜

img_6604

Gouden tip van mijn buurvrouw

Bij barbecues kies ik meestal gewoon maar voor vlees of vis. De meeste mensen om me heen halen hun vlees bij Van den Berg en de vis bij Klok, dus dat is zonder twijfel lekker. Vegetarisch komt meestal uit de supermarkt en zijn bevooroordeeld als droog, zout en van onverklaarbare technologische samenstellingen, waarvan niemand de oorsprong weet. Maar op de inschrijflijst van de buurt barbeque 2017 was de optie vegetarisch zo prominent aanwezig, dat ik, enigszins nieuwschierig, toch dat vakje heb aangekruist. Gouden tip van mijn buurvrouw: als je bent uitgenodigd voor een etentje en je weet uit eerdere ervaring dat de skills van de kok niet al te best zijn, stel dan voor om zelf iets voor het etentje mee te nemen. Dat geld ook bij twijfel aan de warenkennis in deze vegetarische nice van de afdeling inkoop op de Rijnsburgerweg. Aldus heb ik aangeboden om het gedeelte voor de vegetariërs voor mijn rekening te nemen.

Een pleidooi voor echt eten, Michael Pollan, 2008

5 groentegerechten voor op barbecue goedgekeurd door de vleeseters, de boeren en de vrouw van de slager

Voor de carnivoren werd inderdaad uitstekend gezorgd door Van den Berg en Klok. Voor de vegetariërs heb ik me gemeld bij van der Maat en Neutenboom. Dit alles met maar één doel: namelijk dat iedereen volgend jaar het hokje ‘vegetarisch’ aankruist op de uitnodiging. Doelen moeten, in mijn optiek, nu eenmaal ambitieus zijn. Niet persé realistisch. SMART, tsssss ik weet niet wie dat bedacht heeft….😉

Gelukkig had ik veel eer van mijn werk. Ik heb heel veel enthousiaste reacties gekregen. Ook de doorgewinterde vleeseters, de boeren en zelfs de vrouw van de slager waren vol lof. Reden dus om de gerechten vanaf het test lab in het buitengebied, verder uit te rollen in de rest van Voorhout.

Het is wel handig als degene die barbecuet niet alleen sexy is, maar ook wat grilltechniek in huis heeft. Groenten zijn namelijk vrij kwetsbaar.

1 Proud Mary Rolling Aubergine

Snij een aubergine in heel dunne plakken en bak kort aan beide kanten in een grilpannetje. Smeer roomkaas, basilicum, gemalen peper en een beetje tomatensaus er op. Rol hem nu op en steek vast met een prikkertje. Bak hem het beste in een ingevet aluminium schaaltje.

2 Fresh and exiting Courgettespies

Maak in een kom marinade van 1 teen knoflook, 1/2 gehakt rood pepertje, sap van 1/2 citroen, snufje zout en  4 eetlepels olijf olie. Schaaf met de kaasschaaf de courgette in lange linten en meng ze met de marinade. Steek ze vervolgens zigzaggend op een saté stokje. Gril de kort bij voorkeur op een dichte, ingevette plaat.



3 Sjasliek Halloumi 

Maak een marinade van olijfolie en knoflook. Leg hierin in grove stukken gesneden halloumi, tomaat en champignons. Hou de groentestukken even dik als de halloumi. Dit grilt straks het makkelijkst. Laat de knoflook even intrekken en rijg de stukken dan om en om met een blaadje basilicum aan een spies. Schenk de rest van de marinade er voor het grillen overheen.

4 Aspergios delisios uit Spanjos

Meng 150g roomboter met de rasp van 1 sinaasappel, tijm, knoflook en een beetje zout. Rol dit strak in de folie zoals een snoepje en leg in de koeling. Snij hier na een uur hele dunne ronde plakjes van. Snij de onderkant van de asperges af, schil de witte asperges. Snij de asperges doormidden. Rijg ze om en om op een stokje. Gril de asperges aan elke kan ongeveer 4 minuten. Keer ze regelmatig. Leg de asperge na het grillen op een bord, leg er een plakje sinaasappel en roomboter op en bestrooi met een beetje geraspte oude kaas.

5 Boeren Bietenburger 

Als laatste heb ik mini voorgegaarde Bietenburgers er bij gedaan. Met alles erop en eraan. Broodje, mango, sla, honing monsters saus. Hier is een apart recept van: Boeren bieten burger

img_4457

Succes verzekerd met deze gerechten op de barbecue deze zomer. Dan rest mij nog om iedereen een hele fijne zomer te wensen. Geniet met volle teugen! Na de vakantie ga ik me voorbereiden op mijn één jarig bestaan. Dan sta ik met een standje op de braderie met de kermis.

Met zonnige groe(n)ten uit Voorhout

To Maat

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd

Voor dit blog heb ik met laten inspireren door de tentoonstelling ‘eten in oorlogstijd’, in het verzetsmuseum in Amsterdam. In 1940 viel de import weg en moest Nederland zelfvoorzienend worden. Het voedselpatroon veranderde in minder vet en vlees en meer groenten, granen, aardappelen en peulvruchten. Het gemiddelde menu werd gezonder dan het voor 1940 was (4). En dat is nu terug te zien in de huidige voedingstrends. Alleen is het nu een keuze en was het toen een bittere noodzaak om te overlevenToch stond Voorhout bekend als “voedselberg”. In vele schuurtjes waren illegaal varkens verstopt en de zwarte handel floreerde. Ik spreek voor dit blog met de Voorhouters uit deze tijden. 

Voor het blog met:

Nely Lemmers: 4 tot 9 jaar in de tijd van de oorlog. Woonachtig aan de Boekhorstlaan. De ouders van Nely hadden daar een bollenkwekerij.

Frans Beugelsdijk: 8 tot 13 jaar in de tijd van de oorlog. Moesten hun huis in Noordwijk uit en woonde gedurende de oorlog op de Kniplaan (Dinsdagse Wetering).

Siem van der Hulst: 4 tot 9 jaar in de tijd van de oorlog. Woonde met het gezin op de Jacoba van Beijerenweg en hadden een kwekerij.

Noodzaak van toen, in 6 de trends van nu

Voordat de oorlog begon, voorzag Nederland al een voedseltekort. Twee ministers (Hirschfeld en Louwens) moesten er voor gaan zorgen dat Nederland zelf voorziend zou worden in voedsel. Het advies was om minder vlees te eten en meer groenten en peulvruchten. Boeren konden van veeteelt omvormen naar akkerbouw in ruil voor extra distributiebonnen. De overheid kocht al de granen, vlees en groenten op voor een goede prijs. Om te zorgen voor een eerlijke verdeling, kreeg de bevolking distributiebonnen. Hoeveel bonnen je kreeg was afhankelijk van de samenstelling en de leeftijden binnen een gezin. Men had geld èn bonnen nodig om het voedsel te krijgen (4).

Wat toen noodzaak was is nu de trend: minder vlees en vet, meer groenten. De bevolking werd aangespoord tot het zelf kweken van groenten. Nu noemen we dat Urban farming. Het voedingscentrum vertelde hoe je kon eten uit de natuur. Dat noemen we nu wild food. Andere trends zijn Cradle to cradle koken, waar afval voedsel is. Raw food, waarbij je groenten niet of nauwelijks kookt. In die tijd kon je bij de boer een koe lenen. Die zette je in de wintermaanden in de schuur zodat er melk was. In de zomer ging de koe weer terug naar de boer, het weiland op. Een soort lease koe. Mevrouw Lemmers schiet in de lach, want het klinkt in deze huidige tijd wel heel gek. De koe-lease-constructie, heb ik nog niet gesignaleerd als trend. Maar het lijkt me een goed idee. Wie kan er melken?

1 Van groentetuin tot Urban Farming

Urban framing of city farming staat voor het houden van kleinvee, groenten, fruit en kruidentuintjes in de stad. Het is vooral bedoeld om stadskinderen, die ver weg staan van het platteland, te laten zien waar onze voeding vandaan komt. Dat dit een trend is wordt wel duidelijk tijdens de moestuin actie waar Albert Heijn in 2015 mee startte.

In de steden werd het kweken van groenten in de oorlogsjaren ook gestimuleerd. Er ontstonden groentetuintjes in de stadsplantsoenen. De meeste kwekers en boeren in Voorhout hadden een eigen groentetuin. Hun voeding veranderde hierdoor,  zeker aan het begin van de oorlog, eigenlijk niet.

De overheid regelde in de oorlogstijd de hele voedselvoorziening. De bevolking was het niet altijd eens met de bemoeienis van de overheid en er ontstond een diepgeworteld wantrouwen tegen de overheid. De voedselvoorziening eiste dat de bollenkwekers tussen de paden groenten gingen kweken. De groenten was niet winstgevend (1). Meneer van der Hulst herinnert zich nog de worteltjes tussen de bedden bloemen. Het lijkt me dat er in die tijd een stuk minder gif werd gebruikt voor de bloemen. Want de huidige middelen wil je niet als residu in je wortels terug vinden.

 

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
Het huis van Lemmers en van Leeuwen op de Boekhorstlaan ter hoogte van de Pieter de Hoogstraat

 

2 Minder vlees, meer groenten en peulvruchten

De  overheid adviseerde mensen om het vlees te vervangen door peulvruchten. De boodschap van toen was hoe je moest eten om geen tekorten te krijgen. Tegenwoordig adviseert het voedingscentrum ons weer om meer peulvruchten te eten. Nu om overconsumptie te voorkomen. De huidige schijf van vijf zegt: ‘Meer plantaardig en minder vlees is goud voor jou en het milieu’.

Vlees was er bij mevrouw Lemmers ook voor de oorlog vaak alleen op zondag. Op de groentetuinen in de Bollenstreek werden bonen geteeld. Deze werden gedroogd, zodat men hier ook in de wintermaanden vanaf kon pakken. Minder vlees eten en meer peulvruchten was dus eigenlijk niets nieuws in de Bollenstreek. Het rantsoen brood dat mensen per persoon per week ontvingen was voor de oorlog 2813g. Gedurende oorlog was dit 1870. Januari 1945 was dit nog maar 1000 en uiteindelijk 500g (3). Toen er geen brood er niet meer was, aten ze bij mevrouw Lemmers tussen de middag bruine bonensoep. In de stad waren aan het einde van de oorlog geen bonen meer verkrijgbaar.

Voor degene zonder groentetuin, was er niet veel variatie in het aanbod groenten, vertelt meneer van der Maat. De groenteman koos niet wat hij inkocht, maar kreeg in een keer gewoon een hele vracht rodekool geleverd. Het hele dorp at die week dus rodekool.

 

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
De groentewinkel van der Maat

 

De Voorhoutse Voedselberg

Aan het begin van de oorlog hadden de mensen uit de Bollenstreek het niet slecht. In Voorhout ontstaat een levendige handel in voedsel. ‘Aanvullend bikkesement’ werd dat genoemd. Dit was bekend in de omstreken. Als het om voedsel ritselen gaat, laat de Voorhouters dan maar schuiven”, werd er vaak gezegd (2). In vele achtertuinen staan rennen met kippen en in de schuren waren varkens en koeien verstopt. In deze periode had de familie Lemmers een koe. Die huurde ze van Piet van der Hulst uit de Boekenburglaan. De buurman, Chris van Leeuwen, kon melken. De ene dag kregen ze in de ochtend melk en de andere dag in de avond. Zo deelden ze met de familie van Leeuwen. Slagers slachtten achter de rug van de Duitsers veel meer dan de officiële hoeveelheden die waren toegestaan (2). De familie Lemmers en van der Hulst had een illegaal varken in de schuur staan. Ook bij de groentewinkel van der Maat werd niet alleen in groenten gehandeld.

‘Ja’, knikt Meneer van der Hulst, nu komt het allemaal weer terug. Met 8 jongens thuis werd hij vaak de deur uitgestuurd naar van Leeuwen om te kijken of hij daar nog wat kon werken. Opeens herinnert hij daar de buurmeisjes Lemmers. ‘Dus jij bent een echte Voorhouter’, knikt hij ineens goedkeurend. Hij herinnert zich weer dat hij zijn vader vaak genoeg handje zag klappen. Maar hij was te klein om precies te begrijpen waar dat over ging. Vermoedelijk verzamelde de boeren die het goed hadden, zich bij station Voorhout. Hier stapte de handelaren uit de stad uit. De handel die ontstond, buiten de distributiebonnen om, was niet toegestaan. De handel werd dan ook niet op het station zelf gedreven. Er werd de mensen wel kenbaar gemaakt bij welke boer ze voor wat terecht konden. De handelaren verkochten hun verkregen waren weer voor veel geld op de zwarte markt in de stad. Aardappelen werden voor 600 tot 800 gulden per mud verkocht. Vlees voor 60 tot 80 gulden per kg. Eieren voor 7,50 gulden per stuk. Helaas voor de handelaren die in die tijd veel geld hadden verdiend, was hun zwarte verdiende geld na de oorlog niets meer waard.

Had je geen geld, dan kon je allerlei andere waren ruilen voor eten. Mevrouw Lemmers vertelt dat haar moeder al voor de oorlog was gestart met het hamsteren van zeep. De zeep werd bij boerderij Oostdam (die aan de Nagelbrug stond) geruild voor kaas. Dagelijks fietst zij of haar zusje met een fles melk naar Noordwijk om te ruilen tegen roggebloem voor brood. De illegale varkens bij van der Maat achter zorgden ook voor genoeg materiaal om te ruilen voor wat meer variatie in groenten in de winkel.

3 Cradle to cradle

Cradle tot cradle is een manier van duurzaam produceren waarin producten die al eens zijn gebruikt, worden hergebruikt. Met een ander woord de circulaire economie. Zo dient het oud brood in onze bakkerij als voer voor de biologische varkens. In de oorlog was het principe iets omgedraaid. Mensen gingen van honger veevoer eten. Bijvoorbeeld suikerbieten en mais. Van aardappelschillen werd soep gekookt.

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
Stuk tekst uit het verzetsmuseum

In 1943 wordt de situatie in ons land namelijk iets grimmiger. De opbrengst van bloembollen neemt af en de export ligt op zijn gat. Zaad en mest voor groenteteelt stijgen in prijs waardoor het minder rendabel wordt. In November 1944 verschijnt er een artikel in het Leidsch Dagblad. Bij een kweker in Oegstgeest zijn tulpenbollen voor consumptie te koop. Wetenschappelijk onderzoek had aangetoond dat bloembollen meer voedingsstoffen bezaten dan aardappelen (1). Alleen tulpenbollen, want narcissen en hyacinten zijn giftig. De Voedingsraad (tegenwoordig het Voedingscentrum) kwam met recepten. De oom van mevrouw Lemmers, die bollenexporteur was, ging zijn bollen als voedsel verkopen. f1,- per kilo en op de zwarte markt f2,50 of meer (1). Mevrouw Lemmers, meneer Beugesldijk en meneer van der Hulst hebben ze ook gegeten. Maar de smaak viel tegen. Aangezien ze voedsel genoeg hadden, werd dit niet meer gegeten. Sommige kregen er last van hun buik van. De groenteboer kreeg er pukkels van. Dus de vraag was of het echt wel zo gezond was.

4 Wild food

Wild food is de term die tegenwoordig gebruikt wordt voor eten uit de natuur. Welke planten uit de natuur zijn gezond en kun je eten. Er bestaan tegenwoordig wild food cafés en je kunt workshops volgen. De overheid stimuleerde in de oorlogstijd de mensen om ‘wild te plukken’.

Meneer Beugelsdijk zelf had het niet slecht in de oorlogstijd. Het gezin Beugelsdijk  waren evacuees uit Noordwijk. Evacuees uit de kustplaatsen moesten verplicht in huis worden genomen. Dit had te maken met de aanleg van de Atlantikwall. In totaal werden er 250 personen ondergebracht in andere huizen. Omdat deze gezinnen ook moesten eten, vond er in die tijd veel diefstal van voedsel in de streek plaats (2,5). Toen meneer Beugelsdijk als evacuee noodgedwongen vlak aan de Kniplaan (nu de Dinsdagsewetering) in Voorhout kwam te wonen, was hij vaak te vinden bij de melkfabriek. De fabriek stond aan het begin van de Herenstraat, tegenover het huidige tankstation. Voordat hij naar school ging haalde hij de pony uit de wei, welke voor de wagen werd gespannen, zodat meneer Warmerdam (Piet de Pap), melk bij de boeren kon gaan halen. Van Jo Warmerdam-Langeveld kreeg hij een boterham voordat hij naar school ging. Zijn broers en zussen hadden dit geluk echter niet. Tijdens het melk ophalen bij de boer vond meneer Beugelsdijk nog wel eens eieren, die hij stiekem mee naar huis nam om aan zijn broers en zussen te geven.

Aan het einde van de oorlog, had hij een altijd een lepel in zijn zak. Als hij dan het melk ophaalde bij de boeren dan schepte hij voor het inladen van de bussen een lepeltje room van de melk af. Ook verzamelde hij bij de bomen tussen de Dinsdagse wetering en de Leidsevaart, tamme kastanjes. Hij jatte hij het fruit uit de bomen bij Damen naast het parochiehuis. Bramen waren vooral te vinden bij Katwijk.

Melkfabriek

5 Van eten inmaken tot voorraden inkuilen

Het aantal websites over het wecken, drogen en conserveren van eten groeit enorm. Ook in tijdschriften zijn vele tips te vinden. Toen er nog geen koelkasten waren, werd eten op allerlei manieren geconserveerd om zo ook in de wintermaanden te kunnen eten. Een voorbeeld hiervan is het inkuilen van eten. Voorraden winterwortels, witlof, aardappels werden in kuilen onder de grond gestopt om het goed te houden. Bij meneer van der Hulst werden op die manier aardappels op het land bewaard. Een ‘pet aardappels’, waren aardappels met hooi en zand er overheen om het goed te houden.

De hongerziekte

In de laatste winter voor de bevrijding, wat de boeken in is gegaan als de ‘Oorlogswinter’, was de situatie onhoudbaar.  September 1944, het offensief bij Arnhem was mislukt en voor de bewoners van Westelijk Nederland werd het duidelijk dat zij een nieuwe, zware en moeilijke Oorlogswinter in zouden gaan. Omdat etenswaren, brandstof en elektriciteit schaars waren, sloten bedrijven, winkels en cafés de deuren. Er was geen werk en geen inkomen. In november werd het levensmiddelenrantsoen dat per bewoner op de bon beschikbaar was verder beperkt. Voorname caloriedragers zoals brood en aardappelen werden minder toegewezen, waardoor brede lagen van de bevolking ondervoed begon te raken (3).

Uit het boek honger in Rotterdam (3): Zoo werd het Dinsdag 5 september, later bekend geworden als de ‘dolle Dinsdag’. Vanaf dat oogenblik zijn de Duitschers er toe overgegaan om stelselmatig alle hier aanwezige wintervoorraden weg te voeren. De terreur op de bevolking werd met groote felheid toegepast.

De aardappels lagen bij de familie Lemmers, vanwege diefstal niet meer in de schuur opgeslagen, maar in huis. De petten aardappels op het land tegenover van der Hulst werden bewaakt door een draad dat over de weg was gespannen met een grote bel er aan. Meneer Beugelsdijk, die op het land achter de Rijnsburgerweg aan het spelen was, stapte per toeval met een voet in een pet etenswaren. Dit was een groot geluk. Het was misschien stelen, maar hij kon er wel zijn broertje mee voeden. De laatste winter was de honger bij de familie Beugelsdijk zo erg dat een aantal broers en zusters hun bed niet meer uit kwamen. Meneer Beugelsdijk, die zichzelf in ons gesprek neerzet als sterk en trots jongetje, kijkt nu bedenkelijk. ‘Ze waren zo mager’ zegt hij. Hier dook de hongerziekte (oedeem) op. Sterke vermagering en de algemene lichamelijke weerstand ging achteruit. In Warmond vallen slachtoffers door de honger (2).

Uit het boek honger in Rotterdam (3): Voor een leek waren de uiterlijke verschijnselen van hongeroedeem vrij duidelijk merkbaar. Soms traden plotseling, vaak in één nacht, de verschijnselen op. De huidskleur werd valer, de oogopslag en de gelaatstrekken veranderden. Onder de oogleden traden zwellingen op, de handen en vooral de voeten werden dikker en bij een uitgesproken honger oedeemgeval was het gezicht gezwollen lage dikke kussens op de handen, terwijl de onderbeenen geheel opgezet waren. Werd de oedeem nog erger dan traden zelfs zwellingen van de bovenbeenen en den buik op, gepaard gaande met hardnekkige diarrhee, welke veroorzaakt werd door zwelling van den darmwand.

6 Raw food en brandstof jacht

De huidige trend is om groenten niet te lang te koken. Voedingsstoffen blijven zo beter behouden en energie wordt bespaard. Raw food, noemen we dit tegenwoordig. Hetzelfde advies gaf het Voorlichtingsbureau ook aan de huisvrouw in de oorlogsjaren.

Uit het boek honger in Rotterdam (3): Het jaar 1945 zette droevig in. De algemene toestand was zeer ernstig geworden. De felle koude maakte het leven nog moeilijker. De bevolking had bij den aanvang van den winter slechts 2 mud cokes per gezin gekregen en deze bescheiden hoeveelheid was bij de meesten reeds lang uitgeput.

In het begin van de oorlog deed Het Voorlichtingsbureau voor de Voeding haar best om huisvrouwen te leren hoe zij zich konden aanpassen. Het advies aan de huisvrouw was om de groenten niet te lang te laten koken en de aardappelen in de schil te koken zodat er minder voedingsstoffen verloren zouden gaan. De hooikist verscheen in allerlei kookboeken om op die manier brandstof te besparen. Groentes werden rauw gegeten.

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
Eten halen bij de gaarkeuken in het parochiehuis. Foto van HKV Voorhout

Toen er uiteindelijk ook geen brandstof meer was om de huizen en de scholen te verwarmen, kon men een boom kopen in het Lissersbos. Met karren, zagen en bijlen trokken de Voorouders naar Lisse om een boom te kappen. Meneer Beugelsdijk herinnert zich dat aan het einde ook alle bomen aan de Leidsevaart het moesten ontgelden. De stronken die overbleven werden door kinderen nog verder uitgehakt. Uiteindelijk werden ook de wortels van de bomen uitgegraven voor een emmertje kostbare brandstof. Maar velen konden de brandstofjacht niet volhouden. Scholen hadden geen verwarming, dus blijven ze dicht. De kachel bleef uit en tijdens de felle koude in januari hield men de kinderen maar in bed (3).

Omdat er zonder brandstof niet meer gekookt kon worden, ontstonden er gaarkeukens. Bij het Soldaatje, in het parochiehuis en bij de BNS. Ruim 2000 Voorhoutse gezinnen worden hiermee gevoed (2). Mevrouw Lemmers herinnert zich lange rijen met mensen die met hun pan of emmer stonden te wachten. Soep van waarschijnlijk aardappelschillen. Alle geïnterviewde gruwelen bij de gedachte hier aan. De familie Lemmers had dit voor zichzelf niet nodig. Toch namen ze de soep wel mee voor de mensen uit de hongertochten. Het gezin Angevaare, op de foto, had als kapper weinig handel te ruilen. Soms aardappels tegen een scheerbeurt. Veel kwam er niet binnen, dus waren aangewezen op het eten uit de gaarkeuken (5).

Hongertochten

In het oosten was nog wel genoeg eten. Maar de Duitsers blokkeerde het voedseltransport, waardoor er in het westen steeds grotere tekorten ontstonden. Langs de Boekhorstlaan was het altijd rustig geweest. Als er iemand kwam, dan keek mevrouw Lemmers nieuwsgierig uit het raam. In de laatste winter was dat anders. Rijen met mensen uit de steden Amsterdam en Rotterdam kwamen naar het sprookjesachtige boerenland, waar nog voedsel was. Ze liepen met alle mogelijke en onmogelijke vervoersmiddelen gevuld met allerlei handel om te ruil aan te bieden voor aardappelen en peulvruchten. Meneer Beugelsdijk zag een echtpaar met een kar over de Herenstraat terugkeren. In plaats van etenswaren lag daar hun van de honger gestorven kindje in.

Uit het boek tot groei en bloei gekomen (1): laat ik nog vermelden dat er veel gebrek was in den omliggende steden, zoo dat er dagelijks honderden menschen bij ons bollenkwekers om mondvoorraad bonen en aardappelen en groenten kwamen.

Bij de familie Lemmers en van der Hulst werd veelvuldig aangeklopt voor eten. De moeder van mevrouw Lemmers probeerde de aardappels zo gelijk mogelijk over de mensen die aanklopten te verdelen. Vader Lemmers vond het op een gevenmoment genoeg geweest, omdat ook zijn gezin moest kunnen blijven voeden. Hij zou voortaan zelf de deur wel open doen. Maar bij het aanzien van de uitgehongerde mensen, gaf hij de hele zak aardappels in een keer weg. Voortaan zou moeder wel weer zelf doen, want met die zak had ze nog wel 10 andere kunnen helpen.

Voedsel droppings

Op 29 april 1945 werden door Engelse bommenwerpers de eerste voedsel droppings uitgevoerd. Op het terrein bij vliegveld Valkenburg werden kisten, pakken en bussen uitgeworpen. Vanuit Voorhout was dit goed te zien. Aanvankelijk was men vrij wantrouwend. Zou nu de oorlog dan echt ten einde komen? Tijdens de Dolle dinsdag hadden diverse mensen hun vreugde met de dood bekocht, dus men was erg voorzichtig. Mevrouw Lemmers vertelt dat bij de boerderij op de hoek van de Schoonoord en de Boekenburglaan voorzichtig de vlag werd gehesen. De hele week tot en met 5 mei zijn de vliegtuigen teruggekomen. Bloem boter, vlees, wordt, kaas, chocolade, biscuit en vele andere artikelen werden afgeworpen. Met het meel uit Zweden dat met schepen werd aangevoerd konden de bakkers weer brood bakken (3).

Uit het boek honger in Rotterdam (3): Daar waren ze reeds. Honderd, twee honderd meter hoog. Overal op de daken stonden menschen. Ze riepen, juichten, gilden en zongen. Met vlaggen, lakens en handdoeken werd gezwaaid.  Nu brak de angst en vlood de dood. Bij velen liepen de tranen over de wangen. Sommige vliegtuigen schommelden even ter begroeting en toen begon het vreedzame bombardement.

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
Mevrouw Lemmers met haar broertje en zusje in de bevrijdingsoptocht op 7 augustus 1945

Na de oorlog

Het duurde nog lange tijd voordat de honger in Nederland bestreden was en veel voedsel bleef ook na de oorlog nog alleen met distributiebonnen verkrijgbaar. Na de oorlog was er geen oog meer voor de positieve kanten van het voedingspatroon in oorlogstijd. De landbouwhervorming werd zo snel mogelijk weer teruggedraaid. Dat lukte door financiële steun van Amerika al in 1948. Mensen aten toen weer meer vlees, vette jus en kaas en boter (4).

22.000 burgers van de steden in West – Nederland, gestorven door honger en kou in de Hongerwinter, 1944 – 1945 (4). Op 4 mei staan we hier bij stil. Op 5 mei vieren we de vrijheid, met weer steeds vaker de groe(n)ten uit Voorhout!

Tante Nely, Tante Ria, Oom Frans en meneer en mevrouw van der Hulst, bedankt voor de gastvrijheid en de verhalen.

cropped-img_0630-61.png

Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.

 

Bibliografie

1: Dwarswaard, A., 1995, Tot groei en bloei gekomen 1895 – 1995, KAVB-afdeling Voorhout en omstreken

2: Amsterdam van, H., 2015, 1940 – 1945 herdenkingsbijeenkomst Sassenheim, Warmond, Voorhout

3: Koster, M. 1945, Honger in Rotterdam

4: Verzetsmuseum, Amsterdam, maart 2017, Eten in Oorlogstijd

5: Historische Kring Voorhout, http://www.hkv-voorhout.nl, geraadpleegd april 2017

De Voorhoutse lente in een poké bowl

Voorhoutse lente in een Poké Bowl

Stop maar met lijnen. Gooi het dieet over boord. Eindelijk is hij er dan. Die revolutionaire pil, die mijn lerares bij de opleiding voeding en diëtetiek, 15 jaar geleden, al beloofde. In een geheel onverwachte vorm. En je kunt hem zelf kweken. In deze blog het verhaal van Robinson Crusoe en een gezond leven voor mens, dier en milieu. Dit alles  samengebracht in seizoens- en streekgebonden Poké bowl.

Een pil tegen overgewicht

Mijn lerares voorspelde het jaren geleden al. ‘Over een paar jaar  is er een pil tegen zwaarlijvigheid waar meer dan de helft van de Nederlanders aan lijdt’. Kleinigheidje is dat ‘pil’ niet helemaal de juiste omschrijving is van alle plantaardige voeding die we zouden moeten eten om af te vallen. Om tegelijkertijd onze ‘foodprint’ te verlagen en het risico op vele welvaartsziekten te voorkomen. Een garantie op een langer en gelukkig leven is het ook niet.

Documentaire food choices

Deze week heb ik de documentaire Food choiches zitten kijken. De moeite waard om zelf te bekijken, dus ik zal het einde niet verklappen ;-). Het verhaal sluit mooi aan bij het boek Food defense, van Michael Pollan, dat ik in de wachtkamer bij Koster en Kuilen aantrof. Beide pretenderen dat plantaardige voeding de beste keuze is. ‘Plantaardige voeding’, klinkt een stuk beter dan ‘veganist’. Dat draagt namelijk het imago van bleke mensen in gebreeën truien, soepjurken en sandalen met zich mee. Maar feitelijk komt het op hetzelfde neer.

Voorhoutse lente in een Poké bowl

Meatlovers  VS plant based junkies

Hoewel het mannelijke van vleeseten op zijn retour is,  gaat de trend ‘outdoor cooking’ ook dit jaar nog even door. Ook hamburger tenten en de pulled pork op de rolling kitchens doen het goed. Aan de andere kant hebben we salade bars zoals ‘Sla’. Het ene doet me denken aan stoere bebaarde en getatoeëerde mannen met bier. De ‘bad boys’. Het andere doet me denken aan goed verzorgde, zelfverzekerde, intelligente mannen die de halve marathon voor hun lol rennen. Mijn gezond boerenverstand zegt dat die laatste man gelijk heeft. Toch denk ik dat de mannen met baarden meer plezier hebben. Het is maar net hoe je oud wil worden of hoe oud je wil worden. Oud worden met droge bonen die alleen weg te spoelen zijn met een liters water, of minder oud met wat Rennies tegen het maagzuur?

Jou voedselafdruk op Facebook

Steeds meer mensen zie ik overlopen naar de plantaardige kant. Brandweervrouwen, huisartsen, geheim agenten, communicatiespecialisten en topsporters. Zoals Saskia Kolster, die ik interviewde voor mijn blog Welke voeding past bij jou activiteitsniveau? Wat heeft dat te betekenen? Misschien moeten we niet langer onze kop in het zand steken voor alle schade en leed die we aanrichten.

Laatst testte ik mijn voedselafdruk en  deelde deze op Facebook. 19 ‘vrienden’ reageerde hier op. Ik heb jullie afdrukken voor dit blog geanalyseerd: Gemiddeld hadden we 1 hectare landbouwgrond nodig voor onze voedselproductie. Er is maar 0,9 hectare per wereldbewoner beschikbaar. Gemiddeld hebben we 2137 liter water nodig. Er is 2740Liter beschikbaar. Dat doen we netjes. De 1 en 2 persoonshuishoudens (5x) scoorde over het algemeen lager dan gemiddeld. Net als de vegetariërs (3x). Totaal scoorde maar 15% van mijn vrienden op of onder de norm. Er is dus nog wel wat werk aan de winkel.

Voorhoutse lente in een Poké bowl

Terug naar de tijd van Robinson Crusoe

Als ik ’s avonds de was aan het doen ben, luister ik met een half oor mee naar het verhaal van Robin Crusoe. Het boek dat mijn man voorleest aan de meiden. Het is een roman uit 1719. Robinson leefde met een minimale foodprint op zijn onbewoonde eiland. Hij at wat het eiland te bieden had. En hoewel hij veel meer had kunnen verzamelen en verbouwen, plantte hij wat hij nodig had. Terug naar die tijd waar genoeg beter is dan veel.

Voorhoutse lente in een Poké bowl

Poké Bowl: Lente in Voorhout

‘Gezond hoor’, krijg ik steeds te horen, als ik tussen de middag weer wat restanten groenten van de vorige dag in een salade snij. Maar dat is al lang niet meer het motief. Het is duurzaam en ook gewoon lekker.

De poké bowl is een trendy manier om meer groenten te eten. Een Poké Bowl is een traditioneel Hawaiiaans gerecht. Alsof Robinson Crusoe het gerecht heeft meegenomen vanuit het Caribisch gebied naar de lage landen. In een Poké bowl staan verse vis en groenten centraal. Van oorsprong bevat het gerecht vooral veel vis. Nu is het de trend om hem aan te kleden met allemaal verse groenten. In onderstaande stappen bouw ik een Poké Bowl op.

1: De basis

Normaal gesproken is de basis van een Poké Bowl rijst. Als je het Nederlands wil houden, vervang dan de rijst door aardappelen of serveer er een stuk brood bij.

2: (rauwe) vis of vervanger

Een visproduct met het MSC-keurmerk voor wilde vis of het ASC-keurmerk voor kweekvis is, volgens de VISwijzer, een goede keuze. Verse vis uit de nabije omgeving met een duurzame oorsprong gaat boven alles. De vis is ook prima te vervangen door linzen en/ of Halloumi. Week en kook (niet te lang) in een keer alle linzen en vries het per portie in. Leg de vis of de vervanging aan een kant in de schaal.

3: mixins 4 soorten

Kies ongeveer vier soorten groenten of fruit van het seizoen. Vraag aan Meneer van der Maat wat hij heeft van het seizoen en uit de streek. Het ligt namelijk niet altijd in de schappen te schreeuwen om aandacht, maar het is er wel. Snij in mooie gelijkmatige stukken en leg ze naast elkaar in de schaal. De meeste groenten kun je er rauw in doen. Bijvoorbeeld raapsteeltjes. Nu verkrijgbaar en super lekker.

 4: dressing

Kies een bijpassende dressing. Het is natuurlijk het beste om dit zelf op te bouwen met olie en azijn. Mayonaise en yoghurt. Mosterd en honing. Citroensap en soja saus etc. Het verschil tussen lekker koken en ècht lekker koken is het gebruik van verse kruiden. Daar gaat de hele keuken lekker van ruiken. Dus leef je uit. Bieslook, peterselie en munt uit de tuin. Verse gember en peper bewaar ik in de vriezer.

5: topping 3 soorten

Gebruik voor de topping geroosterde pijnboompitten of zonnebloemkernen, gebakken uitjes en sesamzaad, ingemaakte zeewier etc. Kies ongeveer drie soorten voor over de groenten heen.


Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.

 

Tasje er bij?

Tasje er bij?

hoeveel verpakkingen maak jij open per week?

Verpakkingsvrij….. Dat roept beelden bij mij op van mensen met geitenwollen sokken in sandalen. Van bleke vegetariërs met katoenen tasjes. Van broden, zo hard, dat je er een eend mee kunt dood gooien. Een blog over vooroordelen. We zouden ons allemaal zorgen moeten maken over de ‘plastic soup’. We kunnen onze verantwoordelijkheid nemen door allemaal minder verpakkingen in huis te halen.

The plastic soup

Met alle vooroordelen stap ik op de fiets naar mevrouw van de Heuvel. Een dame die bij Ted van der Maat, vanuit milieuoverwegingen, verpakkingsvrij koopt. Dat vind ik interessant, want steeds vaker lees ik over de ‘The plastic soup’. The plastic soup gaat over al het plastic afval dat in de oceanen beland. Plastic valt in heel veel kleine deeltjes uiteen. Via de vissen in de oceanen kan dit weer terugkomen in de voedselketen. We weten nog niet wat voor risico’s dat met zich meebrengt voor de volksgezondheid.

Plastic soup = Linke soep!

Plastic afval dat in de natuur beland, eindigt uiteindelijk in de zee. Bijvoorbeeld plastic waterflessen en speelgoed dat mensen weggooien of vergeten, eindigen in de rivieren en worden dan meegevoerd naar zee. Door de stromingen in de zee kan een waterflessen dat iemand in de Leidsevaart gooit op de stranden over de hele wereld terecht komen. Veel van dit plastic eindigt uiteindelijk in de Grote Oceaan. Lees meer hierover op: InfoNu

Door de degradatie en fragmentatie van plastics tot kleine deeltjes verandert al ons zeewater in een wereldwijde soep van microplastics. Ook komen er toxische stoffen uit plastics vrij. Allerlei dieren die in of van de zee leven en zelfs het kleine zoöplankton zien plastic afval en microplastics voor voedsel aan. Hiermee dringt het vaak giftige afval onze voedselketen binnen. Lees meer hierover op: Plasticsoup foundation

 

Zorg dat de wereld aan je voeten ligt, neem haar niet op je schouders.

Het huis van mevrouw van de Heuvel heeft totaal geen geitenwollen sokken uitstraling. Geen geraniums in zelf gevlochten netjes voor de ramen. Ze heeft geen zes katten en harige banken en ze ziet er niet uit alsof ze zware shag rookt. Ze is compleet het tegenovergestelde van al mijn vooroordelen. Ze stelt in korte tijd heel veel problemen aan de kaak. ‘Waar geld een rol speelt, is het moeilijk om ongewenste zaken de wereld uit te krijgen’, stelt ze. ‘Maar je kunt onmogelijk de hele wereld op je schouders nemen, daar zou je moedeloos van worden. Het moet een positief verhaal worden’, zegt ze. ‘Richt je op de dingen die binnen jouw bereik liggen. Richt je op de kleine dingen die je wel kunt doen’.

Mevrouw van de Heuvel vindt het belangrijk om verpakkingsvrij te kopen. Dat is een van de redenen waarom ze bij de slager, de bakker en de groenteman koopt, en niet (te veel) in de supermarkt. Groenten gaan zo mee in de tas. Brood neemt ze mee in papieren zakken. Vlees neemt ze het liefst ook mee in papier, maar dat lukt niet helemaal. Ze gaat nog niet zover dat ze zelf haar bakjes meeneemt naar de winkel, zodat de slager het daarin kan afwegen.

 

Interview met Marijke Ottolini – van der Hulst

Marijke Marijkeis docent Nederlands en in haar vrijetijd is ze molenaar.

 

 

 

 

 

 

De verpakkingsvrije winkel in Leiden

Dat gebeurt wel in de verpakkingsvrije winkel in Leiden. Deze zit als pop-up store in de oude V&D. Marijke van der Hulst, een kennis van mij, deed haar boodschappen daar toen ze nog in Leiden woonde. Ze vertelt me hoe dat in zijn werk gaat. Je neemt je eigen zakjes en bakjes mee. Deze weeg je bij binnenkomst en dan kan je alles zelf volscheppen. Met bloem, suiker, zaden, kruiden, pasta… alles zit in mooie dispensers en in schalen. De prijzen zijn gelijk aan de prijzen bij de supermarkt. De winkel heeft een moderne, strakke uitstraling. Het heeft iets industrieels.

Verpakkingsvrije pop-up winkel in Leiden

‘Kun je daar dan ook losse rollen toiletpapier kopen?’, vraag ik me af. Dat zit nog niet in het assortiment. De winkel krijgt straks een vaste locatie in de buurt van het ROC. Wie weet hebben de leerlingen leuke ideeën om het concept verder uit te werken.

Ik vraag Marijke of de verpakkingsvrije winkel kans van slagen heeft. Is het niet alleen een statement naar de verpakkingsindustrie toe? Een onderneming zonder winstoogmerk, bedoeld om een bepaalde bewustwording te creëeren bij de consument?  Of is er serieus commerciële haalbaarheid? Marijke denkt dat het concept in Leiden wel een kans van slagen heeft. Ze twijfelt of het in Voorhout zou werken. Als ze hier in sommige winkels vraagt of ze de artikelen ook zonder plastic kan krijgen, wordt ze raar aangekeken. Sommige winkeliers vinden dat lastig. Ook mevrouw van de Heuvel twijfelt. Ze ziet het aan haar eigen kinderen. Die hebben gezinnen waarin beide ouders werken. ‘Waar halen ze de tijd vandaan om alle specialisten af te rijden met hun eigen bakjes en zakjes?’

De marketingwaarde van verpakkingen

Mooie verpakkingen geven extra marketing waarde aan het product. Ambachtelijke kaaskoekjes van Gijs in op maat gemaakte blisters, met leuke papieren wikkels er omheen. Dat straalt blijkbaar meer ambacht uit dan de kaaskoekjes in de vitrine bij de bakker. De groenteman kan ons precies vertellen waar de groenten geteeld word in de streek. Toch we lezen deze informatie blijkbaar liever van de verpakking.  Maar waarom zit er om komkommer en paprika dan eigenlijk steeds vaker plastic? Ik lees dat dit plastic ervoor zorgt dat het product langer houdbaar is. Niet alleen zodat je het langer in je groentela kunt laten liggen, maar ook om lange transporttijden te overbruggen. Op het moment dat het in Nederland te koud wordt voor komkommers, halen we ze uit Spanje. Omdat het in Spanje nog warm is, hebben ze daar minder stookkosten. Het plastic en de transportkosten zijn bij elkaar lager dan de stookkosten die je in Nederland zou hebben bij het kweken van de komkommers. Ook is dit minder schadelijk voor het milieu. Eigenlijk heel duurzaam dus….

Peultjes uit Peru of peultjes uit de streek?

Het klinkt mij als de wereld op zijn kop. Al deze uitvindingen zouden volgens mij niet nodig zijn al we buiten het seizoen gewoon geen komkommers en paprika’s eten. Maar eerlijk is eerlijk. Ik zou niet eens precies weten welke groenten en welk fruit bij welk seizoen hoort. Ik kijk altijd gewoon wat er in de winkel wordt aangeboden en dat eet ik die week. Voor me ligt een zak peultjes uit Peru. Wanneer worden peultjes uit Nederland eigenlijk geoogst? Rode kool in de zomer, verse asperges in de herfst, paddenstoelen in de winter en in de lente eten we hutspot. Waarom? Gewoon omdat het kan. Omdat ik er veder niet over na denk. Misschien is een cursus mindfull koken wel iets voor mij?!

Duurzaam plastic
Een Nederlander opent dagelijks gemiddeld zeven verpakkingen. Dat zorgt voor een hoop afval. Toch kunnen verpakkingen ook goed zijn voor het milieu. Ze verbeteren de houdbaarheid van voedingsmiddelen en bieden producten bescherming tijdens transport en opslag. Dit milieu voordeel is groter dan het voedselverlies dat we zouden hebben zonder deze verpakkingen. Lees meer hierover op: Milieu Centraal

 

Afval verzamelen met een stadsmentaliteit of met gezond boeren verstand…

IJverig verzamel ik alle plastics folie en bakjes in aparte plastic zakken. Tegenwoordig doe ik daar ook het blik bij en de melkpakken. Het lijkt bijna wel de restafvalbak. De schuur hangt er vol mee, terwijl de grijze container leeg blijft. Wat gebeurt er eigenlijk met deze nieuwe restafvalzakken? Mevrouw van de Heuvel weet dat ook niet precies. In Amsterdam wordt alles constructief verbrand. Afval scheiden blijkt voor de Amsterdammer een te ingewikkelde opgave. Ik denk dat ze daar hun kapotte tv en poepluiers gewoon 12 hoog naar beneden gooien 😉 Ze zijn in Amsterdam allang blij als het afval op één plaats beland. Marijke denkt dat een heel klein deel van het ingezamelde plastic hergebruikt wordt. De rest wordt gewoon verbrand. Maar dat is misschien in het geval van plastic ook wel het beste. Dat is de enige manier om er vanaf te komen. Dat is de conclusie die de vader van Marijke met zijn gezond boerenverstand trekt.

Misschien toch maar met onze eigen bakjes en tasje naar de groentewinkel en de slager toe. Dan hebben we in Voorhout geen afvalscheiding en verpakkingsvrije winkel nodig.

Met de groe(n)ten uit Voorhout, To Maat

PS: ik ben benieuwd hoeveel verpakkingen jij per dag openmaakt. Red jij het om onder het gemiddelde te blijven van 7 verpakkingen per dag? Laat je reactie achter op de blog.


Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.

Stront aan de knikker

Nederlands voedselsysteem niet duurzaam

Uit een recent rapport van het RIVM blijkt dat het Nederlandse voedselsysteem niet duurzaam is. Vlees veroorzaakt de grootste milieuschade. Wat betreft waterverbruik is fruit na vlees de grootste milieu belaster. Is biologisch telen de oplossing? Ik vraag het aan de meststoffen specialist Robert Jan Veens.

Interview met Robert Jan Veens, meststoffen specialist

img_3746De baktechnisch specialist bij de bakker kan brood doorsnijden en mij precies vertellen dat het deeg overkneed is geweest of dat er uitdroging heeft plaatsgevonden in de bollenkast. Zo kan Robert Jan aan de gewassen precies zien welke minerale voedingsstoffen het plantje te kort komt. Wat is ambacht toch waardevol!

De romantiek van de groene sloten

Het geheim van de Engelselaan was de schapenpoep. Op school leerden we dat bemesting er voor zorgt dat onze sloten groen worden. Ik ga er vanuit dat biologische akkerbouw veel beter is voor het milieu en de groene sloten. In de biologische akkerbouw wordt mest van de veeteelt gebruikt voor het opkweken van groenten. Maar je weet hierbij nooit precies hoeveel en welke voedingsstoffen de mest precies bevat. Wat de planten aan meststoffen niet gebruiken komt in het grondwater terecht. En dan zijn we weer terug bij de groene sloten. Dat zou betekenen dat biologische landbouw niet duurzaam is?!

6 H2O + 6CO2 —> C2H6O6 + 6O2.

Dit wordt geen eenvoudig gesprek heb ik al door. Nou heb ik een technische opleiding gehad, maar vanavond weet ik niet helemaal zeker of ik mijn titel Ing. nog wel terecht draag. Hoe zat dat ook al weer met de fotosynthese? Nitraat, nitriet, ammonium. Het zweet breekt me uit, ik doe echt mijn best. Robert ja kijk met lachend en hoofdschuddend aan. Ik merk dat ik beter kan stoppen met praten voordat ik nog meer domme dingen zeg.

Robert Jan geeft aan dat biologische boeren ondernemers zijn. Die weten hoe ze de keurmerken moeten aanvragen en behouden. Daar is een aardige administratie voor nodig. Daar weet ik dan weer wel alles van. Duurzaam is het echter niet persé.  Een biologische boer kan bijvoorbeeld accepteren dat door een lange natte periode de helft van het gewas beschimmeld en dus niet bruikbaar is. Een kweker, zal dit niet laten gebeuren. De opbrengst van zijn producten is veel minder. Hij zal ingrijpen en het liefst preventief. Door het gewas op de juiste manier te bemesten, kun je het gewas een stevige basis geven waardoor het minder vatbaar wordt voor ziekten en beestjes. Met goede mest zijn dus geen -/ of minder bestrijdingsmiddelen nodig.

Kweek je in een kas, dan kun je heel precies het klimaat meten en weet je precies wanneer je bijvoorbeeld moet luchten om schimmelgroei te voorkomen. Door te kweken op een ondergrond van bijvoorbeeld steenwol in plaats van in de volle grond, kun je water wat niet gebruikt wordt door de planten opvangen. Het opgevangen water leng je aan met schoonregenwater en vul je waar nodig weer aan met extra meststoffeb. Zo kun je het weer hergebruiken. Een hele mooie kringloop dus. Waterbesparing en geen groene sloten meer.


Oudgediende VS technologen

Met oude kennis en de ervaring van je vader, kom je er tegenwoordig niet meer. Kweken gaat niet langer om ‘hardwerken’, maar om ‘slimwerken’. Het gaat om continu meten en bijsturen. Het bemestingsadvies bij de Voorhoutse volkstuinen vindt Robert Jan dan ook achterhaald. De doseringen zijn daar heel hoog, waardoor alles heel weelderig groeit. Zo weelderig dat er last is van luis, waardoor er eigenlijk weer bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Bij de volgende jaarvergadering is Robert Jan als adviseur aanwezig. Ik ben benieuwd hoe dat gaat uitpakken. Mijn ervaring is dat oudgediende erg sceptisch kunnen zijn over de moderne ideeën van de technologen. Hoe grijzer hoe eigenwijzer ;-). Maar Voorhouters zij niet voor niets dwarsdrijvers dus wie weet. Het lijkt mij een mooi onderwerp voor een volgende blog.

Het geheim van de kweker: boer, technoloog en idealist in één

Met een juiste bemesting kunnen bestrijdingsmiddelen dus verminderd worden, niet uitgesloten. Bij de ontwikkeling van nieuwe rassen wordt namelijk gefocust op een maximale opbrengst. Een ras dat veel opbrengt zal verkocht worden. Dat hoeft niet bestand te zijn tegen ziekten. Tegen ziekten kun je namelijk spuiten. Dat is tenminste de gedachte gang van de multinationals op gif gebied. Ik zou graag duurdere tomaten kopen van een kweker die onbespoten groenten kweekt. Robert Jan vreest dat de multinationals in bestrijdingsmiddelenland, dan heel snel de kweker zal opkopen. Een kweker moet wel heel stevig in zijn schoenen staan wil hij niet bezwijken voor het bedrag dat hem geboden zal worden. Dus een kweker moet niet alleen technoloog zijn, maar ook idealist. Zal deze kweker bestaan?

Den rest mij nog wel één vraag: Als we precies uitgekiemde meststoffen hebben, wat doen we dan met de schapenpoep van de Engelselaan?

Met de groe(n)ten uit Voorhout, To Maat

 


Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.

Het geheim op de Engelselaan

Voor dit blog ben ik op bezoek bij meneer en mevrouw van Vliet op de Engelselaan. Hier worden onder andere de tomaten geteeld die vervolgens in de winkel liggen bij Ted van der Maat. Ik ontdek hoeveel er komt kijken bij het zelf kweken van groenten.

Interview met meneer van Vliet, hobby tuinder op de Engelselaan.

mr van Vliet

In mijn zoektocht naar de romantiek van de boer en pure ingrediënten uit onze streek, kwam ik terecht bij familie van Vliet op de Engelselaan. Romantisch is het zeker! Via een prachtige tuin kom ik achter in de kas. Onder de palmboom staat een grote koffietafel. De stoelen staan rondom een haard. Er loopt een schildpad rond, die gek is op rotte bananen. Het ruikt er naar tomaten, die overal groeien. Daar omheen staan pepers, paprika’s, meloenen, druiven, gember en k(r)omkommers.

Niet een beetje, maar echt heel krom. Wat is er gebeurd? Is meneer van Vliet vergeten te praten tegen de komkommers? Ik hoor ook geen muziek in de kas. Meneer van Vliet kijkt me lachend aan. ‘Nee hoor ‘, zegt hij. ‘De komkommerplant is gewoon niet goed uitgedund. Het is de bedoeling dat er maar een komkommer per blad oksel groeit. Verder is het geheim goede mest. Geen gedroogde korrels uit de tuincentra, maar gewoon verse schapenpoep. Hij zet de schep in de grond om het te laten zien. Ik zie wat poepresten en heel veel wormen. Ik zal voor degene met een niet zo’n sterke maag, de details verder besparen.

Mevrouw van Vliet legt me uit hoe makkelijk het is om zelf tomaten te gaan kweken. Tijdens de uitleg zie ik mijn geest al dwalen. Ik zeg haar dat zelf kweken niet aan mij besteed is. ‘Hoezo, heb je geen tuin?’, vraagt mevrouw van Vliet. Ja hoor, ik heb een tuin en deze is ook nog eens groot genoeg. Ik vind het niet erg om vieze handen te krijgen, ik houd van bezig zijn en van buiten zijn. Toch is het enige wat ik er verbouw treurige basilicum plantjes met slaphangende blaadjes. Als het dan zo makkelijk is als mevrouw van Vliet zegt, waarom lukt het mij dan niet?

Tuinieren is net als goede intenties, het is organisch; bloeit bij aandacht en verwelkt bij verwaarlozing

(Phillip Moffitt)

Al snel krijg ik mijn antwoord. Terwijl ik hier rondloop, krijg  ik in de gaten hoeveel zorg er in de kas besteed wordt aan de planten. Ook al praat meneer van Vliet niet tegen zijn planten. Het begint met het opkweken. Dan de bestuiving. Dan moet er gezorgd worden dat de vruchten die groeien recht zijn, zonder knopen en zonder beestjes. En als ze er dan heel lekker uit zien, moeten ze natuurlijk ook nog lekker smaken. Het is net als met Karma. Het leven is een tuin. Jij plant de zaadjes voor wat je wilt oogsten. Hoeveel er van jou goede intenties zullen uitkomen hangt af van hoe goed je voor de zaadjes zorgt. Als je daar aandacht, tijd en energie in steekt, bloeit hij op. Het gaat dus om aandacht en zorg. Het gaat dus niet om tijd, het gaat om prioriteit!

Groenten uit Voorhout

Meneer van Vliet is trots op de druif die ooit van zijn moeder was. Maar eigenlijk is hij trots op alles wat steeds weer goed groeit. Wat hij van de oogst zelf niet nodig heeft, gaat naar Ted van der Maat. Degenen die nog niet de rust hebben gevonden om het zelf te kweken, en degene die geen groene vingers hebben, kunnen zo toch groenten van Voorhoutse bodem eten. Of gewoon voor degene die een goed karma willen creëren.

Horen we er toch nog een beetje bij. Wil je er nog meer bij horen, zorg er dan voor dat er een prei, heel opzichtig uit je tas steekt. Volgens mevrouw van Vliet staat dat heel hip en culinair. Willen we het goed doen, dan wachten we met de prei eten tot november. Een bos bospeen lijkt in de maand september een  betere keuze.

Hier een link naar een lekkere, culinair verantwoorde, wortelsoep uit het delicious magazine: zoete-aardappel-wortelsoep met korianderolie


Hoe romantisch het er ook uitziet hier op de Engelselaan, als we aan de achterkant de kas uitlopen kijken we uit over de nieuwbouwwijk de Engelse tuin. Meneer van Vliet geniet van zijn pensioen. De kas waar wij in lopen is een hobbymatig restant van het land en de kassen waar de familie ooit van leefde. De rest is verkocht aan de gemeente. Doet dat pijn? Volgens mij niet echt, want als de schildpad zijn winterslaap houdt in de kas, vliegen meneer en mevrouw van Vliet lekker naar Curaçao. Dan neemt iemand anders de kas waar. Wees gerust, ze zijn weer terug als de spinazie en de sla de grond in gaat.

Volgende keer misschien een date met een meststoffen specialist. Meer over de romantiek achter schapenpoep. Hoe duurzaam is de Nederlandse voedselconsumptie?

Vanaf de Engelselaan, de groe(n)ten uit Voorhout, To Maat


Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.