Goedleven rundvlees uit Voorhout

Goedleven rundvlees uit Voorhout

Steeds meer mensen worden flexitariër. Vanuit humaan oogpunt, vanwege gezondheidsredenen of misschien omwille van het milieu. Sophie van den Berg merkt dat heel goed in de winkel. Want bij Slagerij Van den Berg wordt het steeds drukker…. Huh?! Blijkbaar willen we de paar dagen dat we wel vlees eten, goed vlees eten. We willen weten waar het vandaan komt en we willen dat de dieren het goed hebben gehad. Voor dit blog trek ik mijn laarzen aan en kom ik erachter hoe de kringloop van Slagerij Van den Berg er uitziet.

Grilworst van Slagerij van den Berg

Doe mij maar een half onsje dun gesneden

Altijd als je naar binnen kijkt bij Slagerij Van den Berg is het druk. Met een verbazingwekkende snelheid wordt de ene na de andere klant geholpen. Wie is er dan aan de beurt? Het werkt niet op volgorde van nummer. In overleg wordt er altijd wel iemand naar voren geschoven. Je hoeft nooit lang te wachten. Ook al bestelt de oudere dame voor je van alle soorten vleeswaren een half onsje, dun gesneden. Of wil die andere mevrouw dat de slager de vetrandjes van het vlees afsnijdt. Tevergeefs doet Rob een poging uit te leggen, dat dat echt heel zonde is van het vlees. Maar hij doet het wel. Ondertussen staan er een aantal kinderen luidruchtig in de pannen te roeren in het mini keukentje en iedereen bemoeit zich met iedereen als de roddels van het dorp de revue passeren. Er is geen tijd om je sociale netwerk op je mobiel te checken tijdens het wachten. Want jouw sociale netwerk is ‘alive and kicking’ bij de slager!

‘Anders nog iets?’ ‘Ja nog een stuk grilworst graag. Doe eigenlijk maar een hele.’ Want de grillworst is nergens lekkerder. In sommige families kun je beter met een grilworst van Slagerij Van den Berg aan komen, dan met flesje wijn.

Voor het blog met

Het vlees in de vitrine bij Slagerij Van den Berg is verantwoord toch? Vandaag drink ik koffie bij Sophie, de vrouw van de slager. Ik vraag haar het hemd van het lijf en ze heeft bijna overal een antwoord op. De antwoorden die ze niet heeft, krijg ik later door ge-appt. Vervolgens trek ik mijn laarzen aan voor een kijkje in de stal bij Rob.

Rund van Slagerij van den Berg Voorhout

Wat voor een vlees zit er in de kuip?

Eigenlijk is Rob van den Berg slager. Een uit de hand gelopen hobby zorgt ervoor dat hij ook zo’n beetje boer is. Ik ontmoet hem zondag in de stal in de Elsgeesterpolder. Er lopen nog drie banjers in overall en laarzen rond. Zwarte vegen op hun gezicht en een ontzettend ondeugende glimlach. Rob zijn vader hield op dit stukje land al koeien. Rob vertelt dat ze vroeger gewoon naar de markt in Leiden gingen om een koe te kopen. Tegenwoordig wordt er in onze streek nog maar weinig vee voor vlees gehouden. Bovendien, geeft Rob aan, dat hij precies wil weten ‘wat voor een vlees hij in de kuip heeft’. Hij vind het belangrijk dat de koeien in alle rust groot en sterk kunnen worden. En dat dat zo veel mogelijk op de natuurlijke wijze met natuurlijke voeding gebeurt. Want dat proef je! Dit weet je pas zeker als je je eigen vee hebt. De passie voor goed vlees, heeft er toe geleid dat Rob zo langzamerhand niet meer genoeg heeft aan de huidige stal in de Elsgeesterpolder.

Kalven

De koeien van Rob van den Berg staan nietsvermoedend te grazen in de weilanden van Voorhout. De trein van en naar Leiden dendert met enige regelmaat langs. Het zijn geen originele dikbillen. Die zijn dusdanig doorgefokt dat ze nog maar nauwelijks op hun poten kunnen staan. Rob heeft zogezegd ‘luxe koeien’. Op het moment is hij bezig met een ras uit Frankrijk dat op de natuurlijke wijze kan kalveren. De bevruchting vindt  ook op de natuurlijke manier plaats. De kinderen van Rob hebben ieder een kalf toegeëigend. Vol trots worden ze aan me geshowd. Het kalf is zo gewend aan de kinderen dat de jongens gewoon op de rug van de koe kunnen klimmen. Rob kijkt er naar en schudt lachend zijn hoofd. Ik vraag of ze het niet zielig vinden als hun koe uiteindelijk wordt geslacht. Ja zegt de jongste, dat vindt hij wel zielig. Gelukkig gaan de koeien zes jaar mee en dat duurt nog onvoorstelbaar lang voor de jongens.

84D2D901-2F3D-40CC-A668-1C3F21DA0FA9

Stallen

Koeien zijn graag buiten. Maar als het te koud of te nat wordt, gaan de dieren op stal. De ruimte in de stal is lastig in cijfers uit te drukken. Dat is namelijk afhankelijk van de grootte van het dier. Bovendien wisselen de dieren nog wel eens van plek en kunnen ze regelmatig even naar buiten. In een groot deel van de stal is daglicht aanwezig. De dieren staan op een dichte vloer met stro.

Voeding

De kalfjes blijven de hele zomer bij de moeder in de wei. Daar drinken ze moedermelk. Net als voor baby’s, is dit ook voor het kalfje het beste. Hierdoor krijgt het antistoffen van de moeder mee en groeit het tot een sterk dier. Verder eten de dieren het gras van het land. Met de juiste certificaten mag Rob van den Berg straks zelf spuiten tegen onkruid.  Om het zoveel mogelijk biologisch te houden, wordt dit dan alleen op de plaatsen gedaan waar er overlast van onkruid is. Naast gras worden de dieren bijgevoerd met oud brood,  groenteresten uit de streek en als dat niet meer genoeg is met geperst voer.

Gezondheid

Sophie herinnert zich dat er vroeger in de stallen bij haar ouders veel meer antibiotica werd gebruikt. Vooral om ziekten te voorkomen. Dat was heel gebruikelijk in die tijd. Nu wordt er steeds meer uitgegaan van het natuurlijke afweersysteem van de dieren zelf. Net als bij mensen, wordt het alleen toegediend als het eigen afweersysteem niet voldoende is. Het antibiotica moet het lichaam volledig uit zijn voordat het dier geslacht wordt. Een slager herkent vlees met antibiotica meteen. Dit is niet lekker. Een kwaliteitsslager zal dit dus niet gebruiken. Als een biologische koe, meer dan drie keer met antibiotica is behandeld, dan mag het niet meer als biologisch worden verkocht. Het krijgt dan bijvoorbeeld twee sterren in plaats van drie.

Hormonen mogen in Nederland niet gebruikt worden als dit voor de groei van het dier is. Wel mag dit als geneesmiddel gebruikt worden bij ziekten. Mogelijk zit hier wat ruimte, waardoor boeren het misschien wat makkelijker gebruiken. Elke dag dat een koe op stal staat, kost het namelijk geld voor de boer. Net als met antibiotica, herkent een slager hormonenvlees direct. De kwaliteit is veel minder. Daarom wil Rob ook liever geen vlees van vreemde boeren. De koeien van Rob van den Berg worden niet opgejaagd met hormonen. Een koe is 5-6 jaar oud als ze naar de slacht gaan.

Over smaak valt niet te twisten

Sofie vertelt dat ze in het begin moest wennen aan de smaak van het vlees van Rob van den Berg. Toen ze elkaar net leerden kennen, maakte Rob rundvlees voor haar klaar. Dat smaakte anders dan bij haar ouders thuis. Ze moest zich natuurlijk niet zo aanstellen van Rob ;-). Maar het klopte wel. Bij Sofie thuis hielden ze namelijk stieren voor het rundvlees. Van den Berg gebruikt alleen de koeien voor het rundvlees. ‘Je moet dan als slager niet ineens stierenvlees verkopen,’ zegt Sophie. Dat zijn de Voorhouters niet gewend. Noordwijkerhouters daarentegen zijn juist wel weer gewend aan stierenvlees. Want daar zit een slager die alleen stierenvlees verkoopt.

Feiten en cijfers

De schijf van vijf adviseert aan eiwitten per dag: 100 gram vlees of  vis of 25 gram ongezouten noten of  125g peulvruchten of 2 eieren.  Voor kleine kinderen is de helft voldoende (2). Het voedingscentrum adviseert om niet dagelijks vlees te eten. De huidige vleesconsumptie is voor mens, dier en milieu niet houdbaar. Toch werd er in 2016 in Nederland gemiddeld bijna de helft meer vlees gegeten dan aanbevolen (3). De hoeveelheid vlees die we in Nederland aten nam een hele tijd af, maar is in 2016 gelijk gebleven.

Het Beter Leven keurmerk is een Nederlands keurmerk ingesteld door de dierenbescherming. Wist je dat het Beter Leven keurmerk werkt met sterren? Hoe meer sterren er ingekleurd zijn, hoe diervriendelijker het vlees is. 2 sterren is ongeveer gelijk aan scharrelvlees. 3 sterren is ongeveer gelijk aan biologisch vlees. Er is afgesproken dat per januari  2016 alle grote supermarkten alleen nog vlees met minimaal 1 ster verhandelen. Heb jij er wel eens op gelet? Het Beter Leven Keurmerk heeft dankzij de supermarkt een enorme spurt gemaakt. De lat voor boeren om om te schakelen naar meer diervriendelijkheid lag met dit sterrensysteem niet meteen ‘te’ hoog. Waardoor het voor boeren gemakkelijker was om de eerste stap naar 1 ster te zetten. Ook voor de consument bleef de prijs van het vlees hierdoor acceptabel.

Totaal gingen we in 2016 in Nederland 26% meer voedsel kopen met een duurzaamheidskeurmerk. Vooral het keurmerk Beter Leven groeide dus. Met meer dan 99%. 2016 is ook het jaar dat ‘diervriendelijk vlees’ is uitgeroepen tot de meest irritante uitdrukking door het Nederlands Taal Instituut.

Door de sterk groeiende vraag naar biologisch in binnen- en buitenland neemt de behoefte aan groei van het biologische areaal in Noordwest Europa sterk toe. Nederland loopt qua aandeel van biologische landbouw fors achter ten opzichte van de rest van Europa; 3,1% tegenover gemiddeld 6,2% in de rest van de EU-landen. (7)

Er wordt geschat dat ongeveer 4 tot 5% van de Nederlandse bevolking vegetarisch is. Ongeveer 1% hiervan is zelfs veganistisch. Dat betekent dat je helemaal geen dierlijke producten gebruikt. Dus ook geen ei, geen melk, geen kaas en geen leer. Flexitariërs zijn mensen die niet dagelijks vlees of vis eten. Dit doen ongeveer 60% van de Nederlanders. 50% van der Nederlanders eet zelfs maar drie of nog minder dagen vlees. (8)

Hachee van Slagerij van den Berg Voorhout

Welk keurmerk krijgt het vlees van Slagerij van den Berg?

Je zou denken dat met al die promotie om minder vlees te eten, het slechte tijden zijn voor de slager. Niets is minder waar voor Van den Berg. Door de campagnes rondom minder vlees eten en het gebruik van ‘diervriendelijk’ vlees, is het bij Van den Berg juist drukker geworden. Want de dagen dat we wel vlees eten, eten we graag ‘goed’ vlees.

Slagerij Van den Berg is een ‘Gildeslager’. Deze naam mag je dragen als je een belangrijk deel van het aanbod zelf produceert. Bij Van den Berg is dit tussen de 80% en 90%. Het vlees draagt verder geen keurmerk. Keurmerken vragen om een uitgebreide administratie. Dat moet ook wel, want je moet je keurmerk wel aantoonbaar kunnen maken. Mijn ervaring is dat koks liever in pannen roeren, bakkers staan liever met hun kop in de deegkuip en slagers staan liever achter het hakblok. Grote bedrijven kunnen de administratie rondom keurmerken overlaten aan kwaliteitsmanagers. Voor kleine bedrijven is dit lastiger. Een klein bedrijf kan dus gerust wel aan het keurmerk voldoen, maar doordat het niet voldoende aantoonbaar is, mag het keurmerk niet dragen.

Voor dit blog kijk ik naar de meest voorkomende keurmerken. Scharrelvlees is ongeveer gelijk aan het Beter Leven keurmerk met 1 of 2 sterren. Biologisch vlees is ongeveer gelijk aan het Beter Leven Keurmerk 3 sterren. Voor biologisch geldt als extra norm, dat het voer ook volledig biologisch moet zijn (1,2). Het is lastig om concrete normen te vinden voor de verschillende typen vlees. De website van het voedingscentrum meldt andere feiten dan de website van de dierenbescherming. Bovendien beperken de websites zich voornamelijk tot termen als ‘minder’, ‘ongeveer’ en ‘minstens’.

Tabel keurmerk Slagerij van den Berg Voorhout

Met deze feiten op een rijtje, denk ik dat Voorhout met een goed geweten vlees kan blijven eten. En vooral lekker vlees. Van Sophie krijg ik een kilo rundvlees meer naar huis om hachee van Sophie en Rob te maken. Speciaal voor mijn volgers het recept online: Goedleven hachee van Rob en Sophie

Rob en Sophie, bedankt voor de openhartigheid, jullie tijd en het recept.

Met de groe(n)ten uit Voorhout,

To Maat.

visie en missie

Bronnen

  1. https://beterleven.dierenbescherming.nl/
  2. Voedingscentrum
  3. Wakkerdier.nl
  4. www.Skal.nl
  5. Katja Logatcheva, Wageningen University & Reasearch, Monitor Duurzaam Voedsel 2016,
  6. Ida Terluin, David Verhoog, Hans Dagevos, Peter van Horne en Robert Hoste, Wageningen University & Reasearch,Vleesconsumptie per hoofd van de bevolking in Nederland, 2005-2016,
  7. Bionext, trendrapport 2016, Ontwikkeling biologische landbouw en voeding Nederland, oktober 2017
  8. Nederlandse Vegetariersbond, Sytske de Waart, CONSUMPTIECIJFERS EN AANTALLEN VEGETARIËRS, Maart 2017
Thee voor gevorderden

Thee voor gevorderden

In dit blog gaat To voor de bijl met goedmaak-thee. Soms is dat nodig. To spreekt met Han van de kwekerij en theedrinkerij Noordwijk Buiten. Ze zet een kopje toverthee uit de samovar met de meiden en drinkt thee waar je nooit meer dood van gaat. Als laatste ontdekt To de onbetwiste liefde tussen thee en kaas.

Thee als goedmakertje

Hoewel ik eigenlijk het stokje van bedrijfsbitch heb overgedragen aan een jongere collega, voel ik soms ineens weer de drang opkomen om bepaalde personen alle hoeken van de bakkerij te laten zien. Als ik net op dreef ben, steekt er een onbekend empathisch vermogen de kop op. Dat vermogen is ongevraagd bij de geboorte van mijn kinderen meegekomen en is niet behulpzaam bij de rol van bitch. Terwijl ik diegene zie leiden, en mij smekend aan zie kijken, deel ik genadeloos nog een klap uit. Ik doe waarvan ik overtuigd ben, dat ik moet doen om de bakkerij te redden. Hahaha!

Als ik met een euforisch gevoel terug naar huis rijd, besef ik dat het af en toe best lekker is om je kwaad te maken. De muziek kabbelt door in de auto en ik laat de situatie als een film weer opnieuw in gedachte spelen. Aan het einde van het liedje bedenk me hoe ik het weer goed kan maken. Daarom is het dus lekker, zodat je het weer goed kunt maken. De volgende keer dat ik hem zie, zet ik een lekker warm kopje thee voor hem.

Tot zover de stoere verhalen uit het levendige fantasie van To.

Goedmaak-thee:

2,5 cm gember wortel in plakjes gesneden, 2 takjes lavendel en drie kardemom peulen licht gekneusd (of wat poeder). 5 minuten laten trekken in heet water. Deze thee is stressverlagend. Het werkt ontspannend, het verjongt en is goed voor je humeur.

Thee drinken boost de gezondheid

Vergeet de wijn. Daarvan mogen we nog maar 1 glas per dag. Nog even en we gaan net zo dood van alcohol als van sigaretten. Thee daarentegen is beter dan ooit. Het Voedingscentrum adviseert 3 koppen thee per dag. Daar zijn vier goede redenen voor:

  1. Verschillende onderzoeken tonen aan dat 3 koppen groene thee of 5 koppen zwarte thee per dag de bloeddruk verlaagt. Ook is er grote bewijskracht dat 3 koppen groene thee per dag het LDL-cholesterol verlaagt. www.voedingscentrum.nl
  2. Zowel groene als zwarte thee bevatten bioactieve stoffen. Deze komen ook voor in wildfood en zouden beschermen tegen kanker, doordat ze werken als antioxidant. Er zijn echter geen studies die dit aantonen.
  3. Cafeïne in thee wordt ook wel theïne genoemd. Theïne en cafeïne worden vaak als 2 aparte stoffen gezien, maar dat zijn ze niet. Cafeïne heeft een stimulerend effect op concentratie en prestatie: het geeft een gevoel van verhoogde energie en verdrijft een gevoel van vermoeidheid. Ook verbetert cafeïne een klein beetje het geheugen, alertheid en motivatie. www.voedingscentrum.nl
  4. Fluoride uit eten en drinken helpt bij de bescherming van tanden. Als fluoride wordt opgenomen door het tandglazuur, zijn de tanden beter bestand tegen tandbederf.

Thee waar je nooit meer dood van gaat:

1 theelepel zwarte thee, 2 laurierblaadjes, 2,5 cm sinaasappelschil, een snufje kaneel. Laat 5 minuten trekken in heet water. Deze thee helpt tegen hoofdpijn

Betoverend mooie theetuin in  Noordwijk buiten

Bekijk de ingrediënten op de verpakking. Niet alle thee is 100% van thee of kruiden. Soms zijn er suikers en aroma’s toegevoegd. Als je daar van houdt is dat geen probleem. Bij thee van biologische oorsprong worden geen chemische pesticiden gebruikt. Aan de Leeweg in Noordwijk staat een rolkas met daarin en daaromheen een prachtige tuin vol theeplanten, kruidenplanten en bloemen. Binnen hangt een gezellige, zonnige, retro klassieke theesfeer met een bijzonder goede, gastvrije vibe. Buiten zie en ruik je de bollenstreek.

Je mag lekker struinen over het land op zoek naar een kruidenplantje voor je thee. Eigenlijk moet ik zeggen ‘ kruidenextract’, want thee komt van de theeplant. Pluk waar je zin in hebt: medicinale kruiden, geestverruimende kruiden, lustopwekkende kruiden of juist kruiden die het libido verlagen (het advies aan de vrouwen is om hiervan stiekem wat van door de salade te mengen ;-)). Vervolgens bestel je een kop water, zoek je een plekje uit de wind in de zon op het terras of lekker binnen in de rolkas.

De favoriet van de meiden was de Magic mountain tover thee, van de roodbladige basilicum. Paars blauwe thee die met een druppeltje citroen mooi roze kleurt. De bacilicum groeit nog volop op het land en misschien zijn er nog enkele potjes te koop voor thuis. Maar je moet snel zijn, want de tuin gaat 1 november tot 1 april dicht.

Magic mountain tover thee:

Pluk de streng bloemen van de Ocimum basilicum (roodbladige basilicum) en doe deze in heet water. Het water kleurt blauw/ paars. Met een beetje citroen of sinaasappelsap verandert de kleur naar roze. De blaadjes kun je gebruiken bij je Italiaanse gerechten net als de gewone basilicum.

Wijn is geen excuus meer, bij kaas drink je thee

Bij ons thuis eten we graag kaas na het eten. Gewoon als excuus om nog een extra flesje wijn open te trekken. Maar aangezien het Voedingscentrum het alcoholgebruik niet stimuleert, kunnen we beter een potje thee gaan zetten. Een Theesommelier heeft zich gespecialiseerd in thee- spijscombinaties. Dat noemen we foodparing. Net als wijn, bevat thee tannines. Dit gaat in combinatie met kaas een verbinding aan die heel aangenaam is. Daarnaast laat de warme thee de kaas smelten. Het schijnt dat de beleving nog beter is als je de thee serveert in wijnglazen.

Tea paring with cheese:

Goosche pikante, is een pikante kaas van Hollandse bodem voor mensen met een rijke smaak. Verkrijgbaar bij  Neuteboom. Laat de kaas op kamertemperatuur komen. Serveer met zwarte thee of jasmijn thee.

Russische samovar

Een samovar is een Russisch-Turkse theeketel met een kraantje. Vroeger werkte de ketel op houtskool, tegenwoordig elektrisch. Een veredelde waterkoker in stijl. Hij kookt het water en houdt het vervolgens warm. De theepot bovenop wordt warm gehouden door het kokende water. Echt een gaaf ding. En ideaal voor koukleumen. Lekker de hele dag theeleuten.

Drink en geniet, warm op en maak het goed.

Groe(n)ten uit Voorhout

To Maat

visie en missie

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd

Voor dit blog heb ik met laten inspireren door de tentoonstelling ‘eten in oorlogstijd’, in het verzetsmuseum in Amsterdam. In 1940 viel de import weg en moest Nederland zelfvoorzienend worden. Het voedselpatroon veranderde in minder vet en vlees en meer groenten, granen, aardappelen en peulvruchten. Het gemiddelde menu werd gezonder dan het voor 1940 was (4). En dat is nu terug te zien in de huidige voedingstrends. Alleen is het nu een keuze en was het toen een bittere noodzaak om te overlevenToch stond Voorhout bekend als “voedselberg”. In vele schuurtjes waren illegaal varkens verstopt en de zwarte handel floreerde. Ik spreek voor dit blog met de Voorhouters uit deze tijden. 

Voor het blog met:

Nely Lemmers: 4 tot 9 jaar in de tijd van de oorlog. Woonachtig aan de Boekhorstlaan. De ouders van Nely hadden daar een bollenkwekerij.

Frans Beugelsdijk: 8 tot 13 jaar in de tijd van de oorlog. Moesten hun huis in Noordwijk uit en woonde gedurende de oorlog op de Kniplaan (Dinsdagse Wetering).

Siem van der Hulst: 4 tot 9 jaar in de tijd van de oorlog. Woonde met het gezin op de Jacoba van Beijerenweg en hadden een kwekerij.

Noodzaak van toen, in 6 de trends van nu

Voordat de oorlog begon, voorzag Nederland al een voedseltekort. Twee ministers (Hirschfeld en Louwens) moesten er voor gaan zorgen dat Nederland zelf voorziend zou worden in voedsel. Het advies was om minder vlees te eten en meer groenten en peulvruchten. Boeren konden van veeteelt omvormen naar akkerbouw in ruil voor extra distributiebonnen. De overheid kocht al de granen, vlees en groenten op voor een goede prijs. Om te zorgen voor een eerlijke verdeling, kreeg de bevolking distributiebonnen. Hoeveel bonnen je kreeg was afhankelijk van de samenstelling en de leeftijden binnen een gezin. Men had geld èn bonnen nodig om het voedsel te krijgen (4).

Wat toen noodzaak was is nu de trend: minder vlees en vet, meer groenten. De bevolking werd aangespoord tot het zelf kweken van groenten. Nu noemen we dat Urban farming. Het voedingscentrum vertelde hoe je kon eten uit de natuur. Dat noemen we nu wild food. Andere trends zijn Cradle to cradle koken, waar afval voedsel is. Raw food, waarbij je groenten niet of nauwelijks kookt. In die tijd kon je bij de boer een koe lenen. Die zette je in de wintermaanden in de schuur zodat er melk was. In de zomer ging de koe weer terug naar de boer, het weiland op. Een soort lease koe. Mevrouw Lemmers schiet in de lach, want het klinkt in deze huidige tijd wel heel gek. De koe-lease-constructie, heb ik nog niet gesignaleerd als trend. Maar het lijkt me een goed idee. Wie kan er melken?

1 Van groentetuin tot Urban Farming

Urban framing of city farming staat voor het houden van kleinvee, groenten, fruit en kruidentuintjes in de stad. Het is vooral bedoeld om stadskinderen, die ver weg staan van het platteland, te laten zien waar onze voeding vandaan komt. Dat dit een trend is wordt wel duidelijk tijdens de moestuin actie waar Albert Heijn in 2015 mee startte.

In de steden werd het kweken van groenten in de oorlogsjaren ook gestimuleerd. Er ontstonden groentetuintjes in de stadsplantsoenen. De meeste kwekers en boeren in Voorhout hadden een eigen groentetuin. Hun voeding veranderde hierdoor,  zeker aan het begin van de oorlog, eigenlijk niet.

De overheid regelde in de oorlogstijd de hele voedselvoorziening. De bevolking was het niet altijd eens met de bemoeienis van de overheid en er ontstond een diepgeworteld wantrouwen tegen de overheid. De voedselvoorziening eiste dat de bollenkwekers tussen de paden groenten gingen kweken. De groenten was niet winstgevend (1). Meneer van der Hulst herinnert zich nog de worteltjes tussen de bedden bloemen. Het lijkt me dat er in die tijd een stuk minder gif werd gebruikt voor de bloemen. Want de huidige middelen wil je niet als residu in je wortels terug vinden.

 

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
Het huis van Lemmers en van Leeuwen op de Boekhorstlaan ter hoogte van de Pieter de Hoogstraat

 

2 Minder vlees, meer groenten en peulvruchten

De  overheid adviseerde mensen om het vlees te vervangen door peulvruchten. De boodschap van toen was hoe je moest eten om geen tekorten te krijgen. Tegenwoordig adviseert het voedingscentrum ons weer om meer peulvruchten te eten. Nu om overconsumptie te voorkomen. De huidige schijf van vijf zegt: ‘Meer plantaardig en minder vlees is goud voor jou en het milieu’.

Vlees was er bij mevrouw Lemmers ook voor de oorlog vaak alleen op zondag. Op de groentetuinen in de Bollenstreek werden bonen geteeld. Deze werden gedroogd, zodat men hier ook in de wintermaanden vanaf kon pakken. Minder vlees eten en meer peulvruchten was dus eigenlijk niets nieuws in de Bollenstreek. Het rantsoen brood dat mensen per persoon per week ontvingen was voor de oorlog 2813g. Gedurende oorlog was dit 1870. Januari 1945 was dit nog maar 1000 en uiteindelijk 500g (3). Toen er geen brood er niet meer was, aten ze bij mevrouw Lemmers tussen de middag bruine bonensoep. In de stad waren aan het einde van de oorlog geen bonen meer verkrijgbaar.

Voor degene zonder groentetuin, was er niet veel variatie in het aanbod groenten, vertelt meneer van der Maat. De groenteman koos niet wat hij inkocht, maar kreeg in een keer gewoon een hele vracht rodekool geleverd. Het hele dorp at die week dus rodekool.

 

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
De groentewinkel van der Maat

 

De Voorhoutse Voedselberg

Aan het begin van de oorlog hadden de mensen uit de Bollenstreek het niet slecht. In Voorhout ontstaat een levendige handel in voedsel. ‘Aanvullend bikkesement’ werd dat genoemd. Dit was bekend in de omstreken. Als het om voedsel ritselen gaat, laat de Voorhouters dan maar schuiven”, werd er vaak gezegd (2). In vele achtertuinen staan rennen met kippen en in de schuren waren varkens en koeien verstopt. In deze periode had de familie Lemmers een koe. Die huurde ze van Piet van der Hulst uit de Boekenburglaan. De buurman, Chris van Leeuwen, kon melken. De ene dag kregen ze in de ochtend melk en de andere dag in de avond. Zo deelden ze met de familie van Leeuwen. Slagers slachtten achter de rug van de Duitsers veel meer dan de officiële hoeveelheden die waren toegestaan (2). De familie Lemmers en van der Hulst had een illegaal varken in de schuur staan. Ook bij de groentewinkel van der Maat werd niet alleen in groenten gehandeld.

‘Ja’, knikt Meneer van der Hulst, nu komt het allemaal weer terug. Met 8 jongens thuis werd hij vaak de deur uitgestuurd naar van Leeuwen om te kijken of hij daar nog wat kon werken. Opeens herinnert hij daar de buurmeisjes Lemmers. ‘Dus jij bent een echte Voorhouter’, knikt hij ineens goedkeurend. Hij herinnert zich weer dat hij zijn vader vaak genoeg handje zag klappen. Maar hij was te klein om precies te begrijpen waar dat over ging. Vermoedelijk verzamelde de boeren die het goed hadden, zich bij station Voorhout. Hier stapte de handelaren uit de stad uit. De handel die ontstond, buiten de distributiebonnen om, was niet toegestaan. De handel werd dan ook niet op het station zelf gedreven. Er werd de mensen wel kenbaar gemaakt bij welke boer ze voor wat terecht konden. De handelaren verkochten hun verkregen waren weer voor veel geld op de zwarte markt in de stad. Aardappelen werden voor 600 tot 800 gulden per mud verkocht. Vlees voor 60 tot 80 gulden per kg. Eieren voor 7,50 gulden per stuk. Helaas voor de handelaren die in die tijd veel geld hadden verdiend, was hun zwarte verdiende geld na de oorlog niets meer waard.

Had je geen geld, dan kon je allerlei andere waren ruilen voor eten. Mevrouw Lemmers vertelt dat haar moeder al voor de oorlog was gestart met het hamsteren van zeep. De zeep werd bij boerderij Oostdam (die aan de Nagelbrug stond) geruild voor kaas. Dagelijks fietst zij of haar zusje met een fles melk naar Noordwijk om te ruilen tegen roggebloem voor brood. De illegale varkens bij van der Maat achter zorgden ook voor genoeg materiaal om te ruilen voor wat meer variatie in groenten in de winkel.

3 Cradle to cradle

Cradle tot cradle is een manier van duurzaam produceren waarin producten die al eens zijn gebruikt, worden hergebruikt. Met een ander woord de circulaire economie. Zo dient het oud brood in onze bakkerij als voer voor de biologische varkens. In de oorlog was het principe iets omgedraaid. Mensen gingen van honger veevoer eten. Bijvoorbeeld suikerbieten en mais. Van aardappelschillen werd soep gekookt.

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
Stuk tekst uit het verzetsmuseum

In 1943 wordt de situatie in ons land namelijk iets grimmiger. De opbrengst van bloembollen neemt af en de export ligt op zijn gat. Zaad en mest voor groenteteelt stijgen in prijs waardoor het minder rendabel wordt. In November 1944 verschijnt er een artikel in het Leidsch Dagblad. Bij een kweker in Oegstgeest zijn tulpenbollen voor consumptie te koop. Wetenschappelijk onderzoek had aangetoond dat bloembollen meer voedingsstoffen bezaten dan aardappelen (1). Alleen tulpenbollen, want narcissen en hyacinten zijn giftig. De Voedingsraad (tegenwoordig het Voedingscentrum) kwam met recepten. De oom van mevrouw Lemmers, die bollenexporteur was, ging zijn bollen als voedsel verkopen. f1,- per kilo en op de zwarte markt f2,50 of meer (1). Mevrouw Lemmers, meneer Beugesldijk en meneer van der Hulst hebben ze ook gegeten. Maar de smaak viel tegen. Aangezien ze voedsel genoeg hadden, werd dit niet meer gegeten. Sommige kregen er last van hun buik van. De groenteboer kreeg er pukkels van. Dus de vraag was of het echt wel zo gezond was.

4 Wild food

Wild food is de term die tegenwoordig gebruikt wordt voor eten uit de natuur. Welke planten uit de natuur zijn gezond en kun je eten. Er bestaan tegenwoordig wild food cafés en je kunt workshops volgen. De overheid stimuleerde in de oorlogstijd de mensen om ‘wild te plukken’.

Meneer Beugelsdijk zelf had het niet slecht in de oorlogstijd. Het gezin Beugelsdijk  waren evacuees uit Noordwijk. Evacuees uit de kustplaatsen moesten verplicht in huis worden genomen. Dit had te maken met de aanleg van de Atlantikwall. In totaal werden er 250 personen ondergebracht in andere huizen. Omdat deze gezinnen ook moesten eten, vond er in die tijd veel diefstal van voedsel in de streek plaats (2,5). Toen meneer Beugelsdijk als evacuee noodgedwongen vlak aan de Kniplaan (nu de Dinsdagsewetering) in Voorhout kwam te wonen, was hij vaak te vinden bij de melkfabriek. De fabriek stond aan het begin van de Herenstraat, tegenover het huidige tankstation. Voordat hij naar school ging haalde hij de pony uit de wei, welke voor de wagen werd gespannen, zodat meneer Warmerdam (Piet de Pap), melk bij de boeren kon gaan halen. Van Jo Warmerdam-Langeveld kreeg hij een boterham voordat hij naar school ging. Zijn broers en zussen hadden dit geluk echter niet. Tijdens het melk ophalen bij de boer vond meneer Beugelsdijk nog wel eens eieren, die hij stiekem mee naar huis nam om aan zijn broers en zussen te geven.

Aan het einde van de oorlog, had hij een altijd een lepel in zijn zak. Als hij dan het melk ophaalde bij de boeren dan schepte hij voor het inladen van de bussen een lepeltje room van de melk af. Ook verzamelde hij bij de bomen tussen de Dinsdagse wetering en de Leidsevaart, tamme kastanjes. Hij jatte hij het fruit uit de bomen bij Damen naast het parochiehuis. Bramen waren vooral te vinden bij Katwijk.

Melkfabriek

5 Van eten inmaken tot voorraden inkuilen

Het aantal websites over het wecken, drogen en conserveren van eten groeit enorm. Ook in tijdschriften zijn vele tips te vinden. Toen er nog geen koelkasten waren, werd eten op allerlei manieren geconserveerd om zo ook in de wintermaanden te kunnen eten. Een voorbeeld hiervan is het inkuilen van eten. Voorraden winterwortels, witlof, aardappels werden in kuilen onder de grond gestopt om het goed te houden. Bij meneer van der Hulst werden op die manier aardappels op het land bewaard. Een ‘pet aardappels’, waren aardappels met hooi en zand er overheen om het goed te houden.

De hongerziekte

In de laatste winter voor de bevrijding, wat de boeken in is gegaan als de ‘Oorlogswinter’, was de situatie onhoudbaar.  September 1944, het offensief bij Arnhem was mislukt en voor de bewoners van Westelijk Nederland werd het duidelijk dat zij een nieuwe, zware en moeilijke Oorlogswinter in zouden gaan. Omdat etenswaren, brandstof en elektriciteit schaars waren, sloten bedrijven, winkels en cafés de deuren. Er was geen werk en geen inkomen. In november werd het levensmiddelenrantsoen dat per bewoner op de bon beschikbaar was verder beperkt. Voorname caloriedragers zoals brood en aardappelen werden minder toegewezen, waardoor brede lagen van de bevolking ondervoed begon te raken (3).

Uit het boek honger in Rotterdam (3): Zoo werd het Dinsdag 5 september, later bekend geworden als de ‘dolle Dinsdag’. Vanaf dat oogenblik zijn de Duitschers er toe overgegaan om stelselmatig alle hier aanwezige wintervoorraden weg te voeren. De terreur op de bevolking werd met groote felheid toegepast.

De aardappels lagen bij de familie Lemmers, vanwege diefstal niet meer in de schuur opgeslagen, maar in huis. De petten aardappels op het land tegenover van der Hulst werden bewaakt door een draad dat over de weg was gespannen met een grote bel er aan. Meneer Beugelsdijk, die op het land achter de Rijnsburgerweg aan het spelen was, stapte per toeval met een voet in een pet etenswaren. Dit was een groot geluk. Het was misschien stelen, maar hij kon er wel zijn broertje mee voeden. De laatste winter was de honger bij de familie Beugelsdijk zo erg dat een aantal broers en zusters hun bed niet meer uit kwamen. Meneer Beugelsdijk, die zichzelf in ons gesprek neerzet als sterk en trots jongetje, kijkt nu bedenkelijk. ‘Ze waren zo mager’ zegt hij. Hier dook de hongerziekte (oedeem) op. Sterke vermagering en de algemene lichamelijke weerstand ging achteruit. In Warmond vallen slachtoffers door de honger (2).

Uit het boek honger in Rotterdam (3): Voor een leek waren de uiterlijke verschijnselen van hongeroedeem vrij duidelijk merkbaar. Soms traden plotseling, vaak in één nacht, de verschijnselen op. De huidskleur werd valer, de oogopslag en de gelaatstrekken veranderden. Onder de oogleden traden zwellingen op, de handen en vooral de voeten werden dikker en bij een uitgesproken honger oedeemgeval was het gezicht gezwollen lage dikke kussens op de handen, terwijl de onderbeenen geheel opgezet waren. Werd de oedeem nog erger dan traden zelfs zwellingen van de bovenbeenen en den buik op, gepaard gaande met hardnekkige diarrhee, welke veroorzaakt werd door zwelling van den darmwand.

6 Raw food en brandstof jacht

De huidige trend is om groenten niet te lang te koken. Voedingsstoffen blijven zo beter behouden en energie wordt bespaard. Raw food, noemen we dit tegenwoordig. Hetzelfde advies gaf het Voorlichtingsbureau ook aan de huisvrouw in de oorlogsjaren.

Uit het boek honger in Rotterdam (3): Het jaar 1945 zette droevig in. De algemene toestand was zeer ernstig geworden. De felle koude maakte het leven nog moeilijker. De bevolking had bij den aanvang van den winter slechts 2 mud cokes per gezin gekregen en deze bescheiden hoeveelheid was bij de meesten reeds lang uitgeput.

In het begin van de oorlog deed Het Voorlichtingsbureau voor de Voeding haar best om huisvrouwen te leren hoe zij zich konden aanpassen. Het advies aan de huisvrouw was om de groenten niet te lang te laten koken en de aardappelen in de schil te koken zodat er minder voedingsstoffen verloren zouden gaan. De hooikist verscheen in allerlei kookboeken om op die manier brandstof te besparen. Groentes werden rauw gegeten.

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
Eten halen bij de gaarkeuken in het parochiehuis. Foto van HKV Voorhout

Toen er uiteindelijk ook geen brandstof meer was om de huizen en de scholen te verwarmen, kon men een boom kopen in het Lissersbos. Met karren, zagen en bijlen trokken de Voorouders naar Lisse om een boom te kappen. Meneer Beugelsdijk herinnert zich dat aan het einde ook alle bomen aan de Leidsevaart het moesten ontgelden. De stronken die overbleven werden door kinderen nog verder uitgehakt. Uiteindelijk werden ook de wortels van de bomen uitgegraven voor een emmertje kostbare brandstof. Maar velen konden de brandstofjacht niet volhouden. Scholen hadden geen verwarming, dus blijven ze dicht. De kachel bleef uit en tijdens de felle koude in januari hield men de kinderen maar in bed (3).

Omdat er zonder brandstof niet meer gekookt kon worden, ontstonden er gaarkeukens. Bij het Soldaatje, in het parochiehuis en bij de BNS. Ruim 2000 Voorhoutse gezinnen worden hiermee gevoed (2). Mevrouw Lemmers herinnert zich lange rijen met mensen die met hun pan of emmer stonden te wachten. Soep van waarschijnlijk aardappelschillen. Alle geïnterviewde gruwelen bij de gedachte hier aan. De familie Lemmers had dit voor zichzelf niet nodig. Toch namen ze de soep wel mee voor de mensen uit de hongertochten. Het gezin Angevaare, op de foto, had als kapper weinig handel te ruilen. Soms aardappels tegen een scheerbeurt. Veel kwam er niet binnen, dus waren aangewezen op het eten uit de gaarkeuken (5).

Hongertochten

In het oosten was nog wel genoeg eten. Maar de Duitsers blokkeerde het voedseltransport, waardoor er in het westen steeds grotere tekorten ontstonden. Langs de Boekhorstlaan was het altijd rustig geweest. Als er iemand kwam, dan keek mevrouw Lemmers nieuwsgierig uit het raam. In de laatste winter was dat anders. Rijen met mensen uit de steden Amsterdam en Rotterdam kwamen naar het sprookjesachtige boerenland, waar nog voedsel was. Ze liepen met alle mogelijke en onmogelijke vervoersmiddelen gevuld met allerlei handel om te ruil aan te bieden voor aardappelen en peulvruchten. Meneer Beugelsdijk zag een echtpaar met een kar over de Herenstraat terugkeren. In plaats van etenswaren lag daar hun van de honger gestorven kindje in.

Uit het boek tot groei en bloei gekomen (1): laat ik nog vermelden dat er veel gebrek was in den omliggende steden, zoo dat er dagelijks honderden menschen bij ons bollenkwekers om mondvoorraad bonen en aardappelen en groenten kwamen.

Bij de familie Lemmers en van der Hulst werd veelvuldig aangeklopt voor eten. De moeder van mevrouw Lemmers probeerde de aardappels zo gelijk mogelijk over de mensen die aanklopten te verdelen. Vader Lemmers vond het op een gevenmoment genoeg geweest, omdat ook zijn gezin moest kunnen blijven voeden. Hij zou voortaan zelf de deur wel open doen. Maar bij het aanzien van de uitgehongerde mensen, gaf hij de hele zak aardappels in een keer weg. Voortaan zou moeder wel weer zelf doen, want met die zak had ze nog wel 10 andere kunnen helpen.

Voedsel droppings

Op 29 april 1945 werden door Engelse bommenwerpers de eerste voedsel droppings uitgevoerd. Op het terrein bij vliegveld Valkenburg werden kisten, pakken en bussen uitgeworpen. Vanuit Voorhout was dit goed te zien. Aanvankelijk was men vrij wantrouwend. Zou nu de oorlog dan echt ten einde komen? Tijdens de Dolle dinsdag hadden diverse mensen hun vreugde met de dood bekocht, dus men was erg voorzichtig. Mevrouw Lemmers vertelt dat bij de boerderij op de hoek van de Schoonoord en de Boekenburglaan voorzichtig de vlag werd gehesen. De hele week tot en met 5 mei zijn de vliegtuigen teruggekomen. Bloem boter, vlees, wordt, kaas, chocolade, biscuit en vele andere artikelen werden afgeworpen. Met het meel uit Zweden dat met schepen werd aangevoerd konden de bakkers weer brood bakken (3).

Uit het boek honger in Rotterdam (3): Daar waren ze reeds. Honderd, twee honderd meter hoog. Overal op de daken stonden menschen. Ze riepen, juichten, gilden en zongen. Met vlaggen, lakens en handdoeken werd gezwaaid.  Nu brak de angst en vlood de dood. Bij velen liepen de tranen over de wangen. Sommige vliegtuigen schommelden even ter begroeting en toen begon het vreedzame bombardement.

De Voorhoutse voedselberg in oorlogstijd
Mevrouw Lemmers met haar broertje en zusje in de bevrijdingsoptocht op 7 augustus 1945

Na de oorlog

Het duurde nog lange tijd voordat de honger in Nederland bestreden was en veel voedsel bleef ook na de oorlog nog alleen met distributiebonnen verkrijgbaar. Na de oorlog was er geen oog meer voor de positieve kanten van het voedingspatroon in oorlogstijd. De landbouwhervorming werd zo snel mogelijk weer teruggedraaid. Dat lukte door financiële steun van Amerika al in 1948. Mensen aten toen weer meer vlees, vette jus en kaas en boter (4).

22.000 burgers van de steden in West – Nederland, gestorven door honger en kou in de Hongerwinter, 1944 – 1945 (4). Op 4 mei staan we hier bij stil. Op 5 mei vieren we de vrijheid, met weer steeds vaker de groe(n)ten uit Voorhout!

Tante Nely, Tante Ria, Oom Frans en meneer en mevrouw van der Hulst, bedankt voor de gastvrijheid en de verhalen.

cropped-img_0630-61.png

Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.

 

Bibliografie

1: Dwarswaard, A., 1995, Tot groei en bloei gekomen 1895 – 1995, KAVB-afdeling Voorhout en omstreken

2: Amsterdam van, H., 2015, 1940 – 1945 herdenkingsbijeenkomst Sassenheim, Warmond, Voorhout

3: Koster, M. 1945, Honger in Rotterdam

4: Verzetsmuseum, Amsterdam, maart 2017, Eten in Oorlogstijd

5: Historische Kring Voorhout, http://www.hkv-voorhout.nl, geraadpleegd april 2017

Voedingstrends voor Voorhout in 2017

Voedingstrends in Voorhout voor 2017

Net als echte bloggers ga ik de trends voor 2017 beschrijven. De voedingstrends in Voorhout. Om jullie te laten geloven in mijn voorspellingen, zal ik eerst uitleggen waar mijn expertise op gebaseerd is.

Tis is the taste, To Go

We waren laatst  uitgenodigd bij een klant om nieuwe producten te presenteren. Het moesten innovatieve producten zijn. Duurzaam, gezond, verrassend en voor een klein prijsje. Een heel klein prijsje, want er moet genoeg geld aan de stok blijven hangen voor de vierkoppige jury die op ons zat te wachten. Het was alsof we het podium van ‘The Voice of Holland’ opliepen, maar dan zonder applaus. The Taste To Go.
We kwamen met dozen vol lekkers aan en bouwde langzaam op. De jury draaide niet direct. We waren genoodzaakt meer uit de kast te halen. Op het laatst gooiden we alles uit de doos wat er in zat. De frambozen muffin werd weggespoeld met een spinazie geitenkaas torsade. Van de klassieke tomaten mozzarella door naar de retro uienkruier (kent u deze nog?). Het publiek begon mee te zingen. En ja hoor, een, twee, drie!!! Jury leden draaiden zich om. En tenslotte ook nummer vier. Door naar de volgende ronde. Helaas geen familieleden in de colliese om huilend van geluk in de armen te vallen. Wel een  Martijn Krabbé die ons netjes voorging in de lift richting de uitgang en ons nog wat goedbedoelde adviezen mee gaf.

De populaire meiden uit de klas

De jury leden heb ik tijdens deze sessie goed gadegeslagen. Wat maakt hun nu precies zo vakkundig? Dat heeft niet te maken met hun kennis over voeding of technologie. Het waren geen diëtisten of proceskundigen. Wat deze dames zo sterkt maakt is het feit dat ze zelf de doelgroep van hun eigen bedrijf zijn. Ze zijn geen stoffige wetenschappers of stijve in driedelig grijs geklede accountants. Het zijn niet de nerds en zeker geen meelopers. Het zijn de populaire meiden uit de klas. Als zij hun vingers er bij aflikken, dan is de kans op succes groot. Weer een geheim ontrafelt. Als je een bepaalde doelgroep wilt aanspreken, dan moet je zelf de doelgroep zijn. Het is deze doelgroep die uiteindelijk bepaald wat er in de schappen ligt. Als de doelgroep ‘e-nummer vrij’ wil, moet je niet vragen waarom. Probeer het ook niet uit te leggen. Vooruit e-nummers er uit, maar wel extra suiker er in. Want het moet wel nog steeds 4 dagen in de schappen kunnen blijven liggen.

Wat past in mijn (Heren)straatje

Als producent probeer ik me te verplaatsen in dit type consument. Welk type consument ben ik dan? Bij welke doelgroep hoor ik? Ik denk dat van de speciaalzaken in het dorp met hun verse, onbewerkte producten. Ik realiseer me nu dan ook dat ik op dat gebied dus minstens zo vakkundig ben als de jury leden van The Taste To Go. Deze vakkundigheid zet ik in als voorspeller van 2017. Trends gebaseerd op de artikelen die ik lees. Misschien wat eenzijdig, want ik lees natuurlijk alleen de dingen die in mijn (Heren)straatje passen. Dat voeg ik samen met wat natte vinger werk. En zo kom ik tot de volgende top 5:

This is The taste of Voorhout 2017

1 Liefhebbers van echt voedsel wonen in Voorhout.

Voorhouters wapenen zich tegen de online winkels. Terwijl het aandeel van de speciaalzaken landelijk daalt, neemt het in Voorhout toe. Dat komt doordat Voorhouters opgegroeid zijn met ‘echt’ voedsel. We zijn verpest door onze ouders die ons hebben grootgebracht met al dat lekkers uit de speciaalzaak. Zelf gaan we voor het gemak naar de supermarkt, maar bij onze ouders verwachtten we wel hapjes van ‘Neut’ bij de borrel. Maar de groei komt voornamelijk doordat we nu eenmaal dwarsdrijvers zijn. We gaan massaal naar de speciaalzaak en verbazen ons over wat er tijdens het wachten in de winkel ontstaat. Om alle gesprekken mee te kunnen krijgen, laten we onze smartphones in onze zak glijden. En voor we het goed en wel door hebben, doen we enthousiast mee aan de gesprekken over de dochter van de buurvrouw van tante Annie, je weet wel die met Piet van de slager is getrouwd. Dat is het ultieme ontstressen, waar de mensen uit de stad jaloers op zijn.

2 Bluring, de speciaalzaken flirten met elkaar.

Voor Voorhout geen hippe ‘buurderij’, zoals in de stad. Dat is een plaats waar de boeren samen komen en hun waren aan ons verkopen die we eerder die week online besteld hebben. In plaats daarvan gaan de speciaalzaken aan bluring doen. Bij de slager kunnen we lokaal gebrouwen bier kopen. Bij de groentezaak halen we onze Bollentreekse veld boeketten op. Bij Ons Genoegen, zijn de leuke kussens, servies en tafel decoratie te koop. Bij de speelgoedwinkel kunnen onze kinderen kinderyoga gaan volgen.

3 De goed bedeelde Voorhouter is flexitariër

In Voorhout houden we van vlees. Van echt vlees. Goed vlees. En dat mag best wat kosten. Steeds meer Voorhouters laten de kilo knallers liggen en gaan voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Liever 5 dagen in de week goed vlees, dan 7 dagen waterige kip en uitgedroogde varkenslapjes, waar zoveel marinade op zit, dat je het toch niet meer proeft. Ik voorspel dat 90% van de Voorhouters flexitariër wordt en niet meer alle dagen vlees eet. Misschien omdat het zielig is voor de dieren, maar ook omdat het beter is voor de planeet. En ter preventie van diabetes, kanker en hart- en vaatziekten. Landelijk is 67% al flexitariër. In Voorhout voorspel ik dus 90%. Waarom? Uit onderzoek van het CBS blijkt dat vooral hoger opgeleiden ‘gezond’ eten. Misschien is dit een geld kwestie? In ieder geval ligt het inkomen en opleidingsniveau in Theylingen boven gemiddeld. Ter inspiratie voeg ik het recept van de niet te versmaden Bietenburger toe aan mijn website.

Voedingstrends in Voorhout voor 2017

4 Voorhouter bidt wel voor (bruine) bonen

2016 was het jaar van de boon. Bruine bonen, witte bonen, linzen, kikkererwten… Afgelopen jaar hebben we aan dat idee kunnen wennen. Sommige hebben misschien al uitgeprobeerd hoe dat eigenlijk werkt met het weken van bonen. In 2017 gaan we het ook echt eten. Er komen meer recepten waarin die droge meelderige dingen zijn verwerkt op een manier die we nog niet kenden. Eind 2017 hebben we minstens één recept in de kast staan, wat we lekker vinden en regelmatig op tafel zetten. Of misschien één product waar het in verwerkt zit waar we gek op zijn. Bijvoorbeeld een bonenbrood van de bakker en een vleesvervangers op basis van peulvruchten bij de slager. Of is dat vloeken in de kerk? Ik ben zelf nog niet verder gekomen dan een veel te droge linzen burger. Dus mocht je leuke recepten hebben, dan zou ik het leuk vinden als je die met me wilt delen.

Voedingstrends voor Voorhout 2017

5 Meer groenten en fruit

Eten we nu wel eens een dagje geen groenten, maar een avondje tosti of friet. In 2017 zorgen we er voor dat er altijd iets van groenten bij zit. Bij de lunch gaan we groenten eten. Tomaatje er bij of een blaadje sla er tussen, avocado of komkommer. In 2017 gaan we de norm van het voedingscentrum halen. Nu eten we nog gemiddeld 125 tot 127 g groenten per dag. In 2017 voldoen we aan de richtlijn en eten we 200g groenten per dag. Onderzoek laat zien dat vooral de mensen die al redelijk veel groenten aten, afgelopen jaar meer groenten zijn gaan eten. Ook dit is weer verbonden aan opleidingsniveau. Ik voorspel dat we komend jaar allemaal mee gaan doen in de groentenhype. Dit komt doordat bewerkt voedsel uit de industrie ons steeds meer tegen gaat staan. Dat associëren we met zout, suiker en weinig voedingswaarde. Maar ook doordat de overheid ons in 2017 gaat stimuleren om meer groenten te eten. De overheid zal duurzame gezonde innovaties vanuit de producent stimuleren.

Volgend jaar eens kijken hoe vakkundig mijn fingerspitzengefühl is geweest.

Fijne feestdagen allemaal en natuurlijk ook in 2017 de groe(n)ten uit Voorhout, To Maat

 


Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.

De vrijheid van de moestuin

De vrijheid van de moestuin

Deze week onderzoek ik het geheim achter de moestuintjes bij de volkstuinvereniging Elsgeest in Voorhout. Ingrid Schipper laat me zien dat het hebben van een tuin zorgt voor goede voeding en beweging. Het kan ook een uitlaatklep zijn voor stress. Het grootste geheim wat ik ontdek is de vrijheid die een tuin geeft, juist door een beetje vrijheid op te geven. 

Zoektocht naar levenskunst bij de volkstuinvereniging Elsgeest Voorhout

Afgelopen weekend hebben twee vriendinnen me meegenomen naar een workshop over de filosofische zoektocht naar levenskunst door Lammert Kamphuis. Ergens hebben ze een inschatting gemaakt en bedacht dat het wel iets voor mij zou zijn. In een moment van verstandsverbijstering denk ik. Een lezing over levenskunst in de kerk is niet iets voor mij. Een vrijdagavond breng ik liever door in de kroeg of met een goed glas wijn bij iemand aan de keukentafel.

Donderdags eten we altijd met alle kinderen bij mijn ouders. Dat is een prima moment om even je zorgen op tafel te gooien. Helaas verlichtte mijn vader mijn zorgen niet. En mijn lieftallige echtgenoot schonk me zijn sarcastische glimlach en deed er ongevraagd nog even een schepje boven op. Mijn moeder probeerde de boel weer wat te sussen. Ze zei dat ik er maar gewoon op moest vertrouwen dat goede vriendinnen heus wel goede inschattingen kunnen maken.

De vrijheid van de moestuin
Lammert Kamphuis op Lowlands

Wat betekent het om vrij te zijn?

Natuurlijk hadden ze het goed ingeschat. We hebben met zijn vieren twee uur lang aan de lip van Lammert gehangen. We hebben overwogen om hem in de achterbak te gooien en mee naar huis te nemen, want we waren nog lang niet uitgepraat over het onderwerp. Levenskunst. Of de kunst van het leven. Hoe kun je het leven zo leven dat het leuk is. Dat je geniet, dat je gelukkig bent? En genieten we alleen als we vrij zijn? Vrij van school, vrij van werk, vrij van de kinderen, financieel vrij. Of juist rookvrij, suikervrij, alcoholvrij, stress vrij, kankervrij? Vrij om je mening te uiten, vrij van oorlog? Vrij om naar school te kunnen gaan, vrij om carrière te kunnen maken, vrij in de liefde, vrij om van je kinderen te kunnen genieten. Wat betekent vrijheid voor jou?

De vrijheid van de moestuin
Volkstuinvereniging Elsgeest

Interview met Ingrid Verdegaal

IngridIngrid is lerares Engels op het Teylingen College sector KTS. Naast Engels is ze daar bezig geweest met de opstart van groenten tuinen. Daarnaast heeft ze al jaren een groentetuin bij Volkstuin vereniging Elsgeest. Volkstuinvereniging Elsgeest telt ongeveer 185 volkstuinen en 250 leden. Hier kunt u kennis maken met het kweken van groenten, bloemen en fruit en het houden van kleinvee en bijen. Een tuintje is al te huur voor €75 per jaar.

Lees meer over de volkstuin vereniging op: Elsgeest

Tuinieren voor een gezonde geest in een gezond lichaam.

Vier geheimen van een de eigen moestuin.

Ik zag de levenskunst terugkomen in de groentetuin van Ingrid waar ik eerder deze week een afspraak mee had. De moestuin bevat alle vier de factoren die volgens een artikel van ‘healthy of the heart’, nodig zijn om gezond oud te worden:

  1. Voeding: Plantaardig eten zou veel chronische westerse ziektes voorkomen en zelfs genezen. In gebieden waar mensen in grote gezondheid het oudst worden, eten ze voor 95% plantaardig. Een groentetuin levert granen, groenten, fruit, peulvruchten, zaden en noten.
  2. Beweging: door te bewegen wordt je lichaam sterker, waardoor je meer energie krijgt. Tuinieren staat ongeveer gelijk aan fitnessen. Het voordeel van tuinieren is dat je ook nog eens buiten bent. En buiten zijn helpt weer tegen de winterdepressie.
  3. Stressmanagement: stress is niet goed voor het lichaam. Onderzoek van het RIVM toont aan dat mensen die tuinieren minder stress hebben. Het is een uitlaatklep. Lekker met je handen in de aarde.
  4. Community: het laatste geheim dat mensen die gezond oud worden met elkaar de delen is dat ze sterke banden met familie en vrienden hebben. Ze hebben een goed sociaal vangnet. Vrienden en familie stimuleren elkaar om goede en gezonde keuzes te maken. Ze zijn er voor je ook in moeilijke tijden. Dit is terug te vinden aan de koffietafel van de vereniging. Hier schuiven alle tuinders gezellig aan voor een praatje.

Lees het hele artikel op: De vier pijlers voor optimale gezondheid en hoe je hier dagelijks invloed op hebt. Onderzoek van het RIVM onderschrijft het positieve effect van de moestuin ook. De conclusie is dat mensen met een moestuin minder stress hebben, gezonder eten en meer bewegen. Ook hebben ze hebben meer sociale contacten. Nieuwsgierig naar het hele artikel? Lees het op: Stadslandschap heeft een positief effect op de gezondheid

 

De vrijheid van de moestuin
De tuin van Ingrid

 

Negatieve en positieve vrijheid

Het kweken van je eigen groenten doe je dus niet omdat het lekker goedkoop is. Ook niet omdat het makkelijk is. De Albert Heijn actie heeft de moestuintjes weer populair gemaakt. Maar het tuinieren is lang niet voor al deze trendvolgers weggelegd. Om de vrijheid van het tuinieren te ondervinden, zul je vrijheid moeten opgeven. Je zult je juist moeten committeren aan de tuin, aan de vereniging. Ingrid is er in het seizoen wel drie avonden per week mee bezig. Het is een andere vorm van vrijheid. Zoals Lammert zei, we kunnen tegenwoordig wel kiezen uit 60 potjes jam. Omdat we de allerbeste keuze willen maken, kunnen we niet kiezen en blijven we twijfelen. Heb ik de beste baan, heb ik wel de leukste vakantie, draag ik wel de mooiste kleren… Misschien geeft het juist rust en vrijheid door een keuze te maken. Door je te committeren aan een vereniging, aan familie en aan vrienden.

Wel cijfer geef jij je leven?

Aan het begin van de workshop over de levenskunst werd gevraagd welk cijfer we ons leven zouden geven. Hebben we kunst van het leven onder de knie of behoren we tot de doolende dertigers of veertigers, die geen keuze kunnen maken. Ik ben benieuwd welk cijfer jij je leven geeft. Laat je reactie achter op de website of op Facebook. 

Met de groe(n)ten uit Voorhout, To Maat

cropped-img_0630-61.png

Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.

Stront aan de knikker

Nederlands voedselsysteem niet duurzaam

Uit een recent rapport van het RIVM blijkt dat het Nederlandse voedselsysteem niet duurzaam is. Vlees veroorzaakt de grootste milieuschade. Wat betreft waterverbruik is fruit na vlees de grootste milieu belaster. Is biologisch telen de oplossing? Ik vraag het aan de meststoffen specialist Robert Jan Veens.

Interview met Robert Jan Veens, meststoffen specialist

img_3746De baktechnisch specialist bij de bakker kan brood doorsnijden en mij precies vertellen dat het deeg overkneed is geweest of dat er uitdroging heeft plaatsgevonden in de bollenkast. Zo kan Robert Jan aan de gewassen precies zien welke minerale voedingsstoffen het plantje te kort komt. Wat is ambacht toch waardevol!

De romantiek van de groene sloten

Het geheim van de Engelselaan was de schapenpoep. Op school leerden we dat bemesting er voor zorgt dat onze sloten groen worden. Ik ga er vanuit dat biologische akkerbouw veel beter is voor het milieu en de groene sloten. In de biologische akkerbouw wordt mest van de veeteelt gebruikt voor het opkweken van groenten. Maar je weet hierbij nooit precies hoeveel en welke voedingsstoffen de mest precies bevat. Wat de planten aan meststoffen niet gebruiken komt in het grondwater terecht. En dan zijn we weer terug bij de groene sloten. Dat zou betekenen dat biologische landbouw niet duurzaam is?!

6 H2O + 6CO2 —> C2H6O6 + 6O2.

Dit wordt geen eenvoudig gesprek heb ik al door. Nou heb ik een technische opleiding gehad, maar vanavond weet ik niet helemaal zeker of ik mijn titel Ing. nog wel terecht draag. Hoe zat dat ook al weer met de fotosynthese? Nitraat, nitriet, ammonium. Het zweet breekt me uit, ik doe echt mijn best. Robert ja kijk met lachend en hoofdschuddend aan. Ik merk dat ik beter kan stoppen met praten voordat ik nog meer domme dingen zeg.

Robert Jan geeft aan dat biologische boeren ondernemers zijn. Die weten hoe ze de keurmerken moeten aanvragen en behouden. Daar is een aardige administratie voor nodig. Daar weet ik dan weer wel alles van. Duurzaam is het echter niet persé.  Een biologische boer kan bijvoorbeeld accepteren dat door een lange natte periode de helft van het gewas beschimmeld en dus niet bruikbaar is. Een kweker, zal dit niet laten gebeuren. De opbrengst van zijn producten is veel minder. Hij zal ingrijpen en het liefst preventief. Door het gewas op de juiste manier te bemesten, kun je het gewas een stevige basis geven waardoor het minder vatbaar wordt voor ziekten en beestjes. Met goede mest zijn dus geen -/ of minder bestrijdingsmiddelen nodig.

Kweek je in een kas, dan kun je heel precies het klimaat meten en weet je precies wanneer je bijvoorbeeld moet luchten om schimmelgroei te voorkomen. Door te kweken op een ondergrond van bijvoorbeeld steenwol in plaats van in de volle grond, kun je water wat niet gebruikt wordt door de planten opvangen. Het opgevangen water leng je aan met schoonregenwater en vul je waar nodig weer aan met extra meststoffeb. Zo kun je het weer hergebruiken. Een hele mooie kringloop dus. Waterbesparing en geen groene sloten meer.


Oudgediende VS technologen

Met oude kennis en de ervaring van je vader, kom je er tegenwoordig niet meer. Kweken gaat niet langer om ‘hardwerken’, maar om ‘slimwerken’. Het gaat om continu meten en bijsturen. Het bemestingsadvies bij de Voorhoutse volkstuinen vindt Robert Jan dan ook achterhaald. De doseringen zijn daar heel hoog, waardoor alles heel weelderig groeit. Zo weelderig dat er last is van luis, waardoor er eigenlijk weer bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Bij de volgende jaarvergadering is Robert Jan als adviseur aanwezig. Ik ben benieuwd hoe dat gaat uitpakken. Mijn ervaring is dat oudgediende erg sceptisch kunnen zijn over de moderne ideeën van de technologen. Hoe grijzer hoe eigenwijzer ;-). Maar Voorhouters zij niet voor niets dwarsdrijvers dus wie weet. Het lijkt mij een mooi onderwerp voor een volgende blog.

Het geheim van de kweker: boer, technoloog en idealist in één

Met een juiste bemesting kunnen bestrijdingsmiddelen dus verminderd worden, niet uitgesloten. Bij de ontwikkeling van nieuwe rassen wordt namelijk gefocust op een maximale opbrengst. Een ras dat veel opbrengt zal verkocht worden. Dat hoeft niet bestand te zijn tegen ziekten. Tegen ziekten kun je namelijk spuiten. Dat is tenminste de gedachte gang van de multinationals op gif gebied. Ik zou graag duurdere tomaten kopen van een kweker die onbespoten groenten kweekt. Robert Jan vreest dat de multinationals in bestrijdingsmiddelenland, dan heel snel de kweker zal opkopen. Een kweker moet wel heel stevig in zijn schoenen staan wil hij niet bezwijken voor het bedrag dat hem geboden zal worden. Dus een kweker moet niet alleen technoloog zijn, maar ook idealist. Zal deze kweker bestaan?

Den rest mij nog wel één vraag: Als we precies uitgekiemde meststoffen hebben, wat doen we dan met de schapenpoep van de Engelselaan?

Met de groe(n)ten uit Voorhout, To Maat

 


Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.

Het geheim op de Engelselaan

Voor dit blog ben ik op bezoek bij meneer en mevrouw van Vliet op de Engelselaan. Hier worden onder andere de tomaten geteeld die vervolgens in de winkel liggen bij Ted van der Maat. Ik ontdek hoeveel er komt kijken bij het zelf kweken van groenten.

Interview met meneer van Vliet, hobby tuinder op de Engelselaan.

mr van Vliet

In mijn zoektocht naar de romantiek van de boer en pure ingrediënten uit onze streek, kwam ik terecht bij familie van Vliet op de Engelselaan. Romantisch is het zeker! Via een prachtige tuin kom ik achter in de kas. Onder de palmboom staat een grote koffietafel. De stoelen staan rondom een haard. Er loopt een schildpad rond, die gek is op rotte bananen. Het ruikt er naar tomaten, die overal groeien. Daar omheen staan pepers, paprika’s, meloenen, druiven, gember en k(r)omkommers.

Niet een beetje, maar echt heel krom. Wat is er gebeurd? Is meneer van Vliet vergeten te praten tegen de komkommers? Ik hoor ook geen muziek in de kas. Meneer van Vliet kijkt me lachend aan. ‘Nee hoor ‘, zegt hij. ‘De komkommerplant is gewoon niet goed uitgedund. Het is de bedoeling dat er maar een komkommer per blad oksel groeit. Verder is het geheim goede mest. Geen gedroogde korrels uit de tuincentra, maar gewoon verse schapenpoep. Hij zet de schep in de grond om het te laten zien. Ik zie wat poepresten en heel veel wormen. Ik zal voor degene met een niet zo’n sterke maag, de details verder besparen.

Mevrouw van Vliet legt me uit hoe makkelijk het is om zelf tomaten te gaan kweken. Tijdens de uitleg zie ik mijn geest al dwalen. Ik zeg haar dat zelf kweken niet aan mij besteed is. ‘Hoezo, heb je geen tuin?’, vraagt mevrouw van Vliet. Ja hoor, ik heb een tuin en deze is ook nog eens groot genoeg. Ik vind het niet erg om vieze handen te krijgen, ik houd van bezig zijn en van buiten zijn. Toch is het enige wat ik er verbouw treurige basilicum plantjes met slaphangende blaadjes. Als het dan zo makkelijk is als mevrouw van Vliet zegt, waarom lukt het mij dan niet?

Tuinieren is net als goede intenties, het is organisch; bloeit bij aandacht en verwelkt bij verwaarlozing

(Phillip Moffitt)

Al snel krijg ik mijn antwoord. Terwijl ik hier rondloop, krijg  ik in de gaten hoeveel zorg er in de kas besteed wordt aan de planten. Ook al praat meneer van Vliet niet tegen zijn planten. Het begint met het opkweken. Dan de bestuiving. Dan moet er gezorgd worden dat de vruchten die groeien recht zijn, zonder knopen en zonder beestjes. En als ze er dan heel lekker uit zien, moeten ze natuurlijk ook nog lekker smaken. Het is net als met Karma. Het leven is een tuin. Jij plant de zaadjes voor wat je wilt oogsten. Hoeveel er van jou goede intenties zullen uitkomen hangt af van hoe goed je voor de zaadjes zorgt. Als je daar aandacht, tijd en energie in steekt, bloeit hij op. Het gaat dus om aandacht en zorg. Het gaat dus niet om tijd, het gaat om prioriteit!

Groenten uit Voorhout

Meneer van Vliet is trots op de druif die ooit van zijn moeder was. Maar eigenlijk is hij trots op alles wat steeds weer goed groeit. Wat hij van de oogst zelf niet nodig heeft, gaat naar Ted van der Maat. Degenen die nog niet de rust hebben gevonden om het zelf te kweken, en degene die geen groene vingers hebben, kunnen zo toch groenten van Voorhoutse bodem eten. Of gewoon voor degene die een goed karma willen creëren.

Horen we er toch nog een beetje bij. Wil je er nog meer bij horen, zorg er dan voor dat er een prei, heel opzichtig uit je tas steekt. Volgens mevrouw van Vliet staat dat heel hip en culinair. Willen we het goed doen, dan wachten we met de prei eten tot november. Een bos bospeen lijkt in de maand september een  betere keuze.

Hier een link naar een lekkere, culinair verantwoorde, wortelsoep uit het delicious magazine: zoete-aardappel-wortelsoep met korianderolie


Hoe romantisch het er ook uitziet hier op de Engelselaan, als we aan de achterkant de kas uitlopen kijken we uit over de nieuwbouwwijk de Engelse tuin. Meneer van Vliet geniet van zijn pensioen. De kas waar wij in lopen is een hobbymatig restant van het land en de kassen waar de familie ooit van leefde. De rest is verkocht aan de gemeente. Doet dat pijn? Volgens mij niet echt, want als de schildpad zijn winterslaap houdt in de kas, vliegen meneer en mevrouw van Vliet lekker naar Curaçao. Dan neemt iemand anders de kas waar. Wees gerust, ze zijn weer terug als de spinazie en de sla de grond in gaat.

Volgende keer misschien een date met een meststoffen specialist. Meer over de romantiek achter schapenpoep. Hoe duurzaam is de Nederlandse voedselconsumptie?

Vanaf de Engelselaan, de groe(n)ten uit Voorhout, To Maat


Volg mij 🙂

Wil je meer lezen? Door je e-mail adres in te vullen op mijn website, ontvang je automatisch bericht als ik een nieuwe blog heb geplaatst. Dit is ongeveer 1x per maand. Of volg me op Facebook en Instagram.